Het uitstel van de definitieve investeringsbeslissing (FID) voor Blok 58 voor de kust van Suriname door TotalEnergies en APA, heeft aanzienlijke repercussies voor de Surinaamse economie en haar ambities op het gebied van olieproductie. Dit uitstel van de FID, dat aanvankelijk verwacht werd in 2022, dreigt niet alleen de economische ontwikkeling van het land te vertragen, maar werpt ook twijfels op over de levensvatbaarheid van het project. TotalEnergies’ beslissing om de FID uit te stellen, gebaseerd op problemen zoals de hoge gas-olieverhouding en teleurstellende exploitatieresultaten, is een teken van toenemende onzekerheid in de regio. De politieke spanningen en economische crisis in Suriname, gekenmerkt door publieke protesten en een verontrustende economische situatie, hebben de zorgen van investeerders vergroot en de vooruitzichten voor het project verduisterd.
Hoewel er sprake is van een mogelijke goedkeuring van de FID tegen eind 2024, blijft de toekomst van Blok 58 onzeker. De identificatie van een aanzienlijke oliebron in het blok biedt hoop, maar de uitvoering van gedetailleerde technische studies en de uiteindelijke goedkeuring van het project blijven belangrijke stappen die nog moeten worden genomen. Bovendien moeten we ons bewust zijn van de bredere context van klimaatverandering en de druk om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen. Hoewel de exploitatie van de oliebronnen in Blok 58 economische voordelen kan opleveren, moeten deze worden afgewogen tegen de mogelijke ecologische gevolgen en de wereldwijde inspanningen om de klimaatverandering tegen te gaan.
Op dit moment zouden zowel Suriname als Guyana afhankelijk zijn van externe hulp, in geval van calamiteiten, zoals Deepwater Horizon (BP) of de aardbevingen in Groningen, Nederland, als gevolg van gaswinning.
Het is van cruciaal belang dat de Surinaamse regering en haar partners zich bewust zijn van de risico’s en uitdagingen die gepaard gaan met het ontginnen van oliebronnen, en dat zij streven naar duurzame ontwikkeling die zowel economische groei als milieubehoud bevordert. Meerdere Scandinavische landen combineren offshore olie met offshore windparken. De inbreuk die vanwege olie- en gaswinning reeds gemaakt wordt op de biodiversiteit, hoeft dan niet verdubbeld te worden met elektriciteitswinning. Meerdere internationale partijen hebben hier interesse in getoond en het is aan BIBIS en NH om dit serieus vorm te geven.


