Minister Harish Monorath van Justitie en Politie, is afgelopen donderdag in De Nationale Assemblee, zwaar bekritiseerd na zijn uitspraken dat ondernemer Jean ‘Saya’ Mixon, tot zijn adviseurs zou behoren. Zowel coalitie- als oppositieleden spraken hun zorgen uit over de gang van zaken. De controverse ontstond na een interview op Sigh-in TV, waarin Monorath stelde, dat Mixon één van zijn vier adviseurs is. Namens de regering corrigeerde minister Marinus Bee dit beeld. Na afstemming met vicepresident Gregory Rusland gaf Bee aan, dat Mixon geen officieel benoemde adviseur is en dat er geen beschikking of formeel traject bestaat.
De kwestie leidde tot een fel debat in het parlement over integriteit, transparantie en het gezag van het ministerie van Justitie en Politie. De kritiek kreeg extra gewicht door de eerdere betrokkenheid van Mixon in een strafzaak rond witwassen, valsheid in geschrifte en oplichting. Hoewel hij in november 2024 werd vrijgesproken van witwasfeiten en het Openbaar Ministerie voor andere aanklachten niet-ontvankelijk werd verklaard, blijft zijn naam onderwerp van publieke discussie.
Opmerkelijk was dat ook coalitieleden zich kritisch opstelden. Assembleelid Raymond Sapoen sprak van “grote bezorgdheid” en “teleurstelling”. Volgens hem ondermijnt de suggestie dat Mixon als adviseur optreedt, het vertrouwen in het ministerie. NDP-parlementariër Silvanna Afonsoewa heeft vraagtekens geplaatst bij de geloofwaardigheid van minister Harish Monorath. Zij wees erop dat de minister de samenleving zelf heeft geïnformeerd over het aantrekken van een adviseur, terwijl vanuit de regering later werd gesteld, dat daarvan geen sprake is en dat er formele procedures gelden. Afonsoewa benadrukte dat het haar niet gaat om de persoon in kwestie, maar om het vertrouwen in het ambt. Volgens haar moet een minister van Justitie en Politie, die verantwoordelijk is voor de veiligheid in het land, te allen tijde geloofwaardig zijn. Zij riep de regering daarom op, duidelijkheid te verschaffen over wat er precies is gebeurd, zodat uitspraken van de minister, ook door het parlement en de samenleving kunnen worden vertrouwd.
VHP-fractielid Krishna Mathoera stelde dat een minister van Justitie en Politie extra zorgvuldig moet zijn in zijn communicatie. Zij benadrukte dat het tonen van leiderschap betekent, dat fouten worden erkend. Ook wilde zij duidelijkheid over de even-tuele toegang van Mixon tot vertrouwelijke informatie. ‘’De minister van Justitie en Politie heeft een bepaald imago, dus hij moet het vertrouwen uitstralen.’’ Namens de oppositie reageerde Poetini Atompai kritisch op het argument dat sprake zou zijn van informele informatie-uitwisseling. “Wanneer we over intelligence praten, gebeurt dat niet in het openbaar”, stelde hij. Volgens Atompai kan de regering zich niet verschuilen achter dergelijke uitleg nadat publiekelijk is gesproken over een adviseursrol.
NPS-fractieleider Jerrel Pawiroredjo eiste een eenduidig antwoord van de minister: “Is hij uw adviseur, ja of nee?”
ABOP-parlementariër Edgar Sampie nam het juist op voor de minister. Volgens hem is het niet ongebruikelijk dat bewindslieden informeel advies inwinnen bij burgers of ondernemers zonder dat sprake is van een officiële aanstelling. Hij vond dat de kwestie werd opgeblazen en verwees naar eerdere politieke betrokkenheid van Mixon.
Na een schorsing van de vergadering, die werd geleid door vicevoorzitter Ronnie Brunswijk, kwam Monorath terug op zijn eerdere uitspraken. Hij stelde dat Mixon “geen adviseur is in de zin van de wet”. Volgens Monorath spreekt hij met verschillende burgers en ontvangt hij informatie uit de samenleving, maar is er geen sprake van een formele functie, bezoldiging of faciliteiten. ‘’De persoon is niet van overheidswege adviseur op het ministerie’’, benadrukte hij.


