HET GAT IN PENSIOENEN

Verschillende gepensioneerden staan voor een harde realiteit. De hoge vaste lasten, vastgelegd toen het salaris meer was dan het pensioen, vormen de eerste klap. Het pensioen, dat niet waardevast is en maar mondjesmaat wordt verhoogd, daalt in koopkracht en is de tweede klap. De derde klap is dat we als werkgevers de zorgverzekering en andere secundaire voorwaarden, niet langer blijven bieden, juist op het moment dat gezond blijven meer gaat kosten.

De vierde klap is dat verzorging en ouderdom uiteindelijk kosten met zich meebrengen die men misschien niet had voorzien: het gelijkvloers of rolstoelvriendelijk maken van een woning, vloeibare voeding tegen importprijzen, medicijnen en supplementen die vallen buiten de verzekerde dekking, incontinentiematerialen, en paramedische zorg zoals revalidatie of thuiszorg na een beroerte. Kosten voor alles wat een overleden partner voorheen deed in de tuin, in de keuken, rondrijdend op straat, qua klusjes of beveiliging.

Gepensioneerden vandaag waren werkenden in 1996, 1999, 2016 en 2022. Zij zijn bekend met wat hyperinflatie kapotslaat. Zij kennen gevallen van leidinggevenden van hun bank, hun ziekenhuis of hun politiebureau, die komen ‘groeten’ op vaste dagen rond het midden van de maand en zichtbaar niets te eten hebben of hun medicijnen niet hebben kunnen betalen, maar de waardigheid hebben, om nergens om te vragen. Mensen die moeten leven van de barmhartigheid van anderen.

Het zou niet eerlijk zijn de volle schuld hiervan te schuiven op de werkgevers. Veel werkgevers hebben zich jarenlang aan de wet gehouden. Veel werkgevers hebben pensioen opbouwen niet als hun hoofdactiviteit. Veel werkgevers verdienen helemaal niet of merendeels niet in valuta. Zij hebben niet de kennis of de kasstroom om namens werknemers voor het pensioen te beleggen in waardevaste instrumenten. Ook de pensioenfondsen dragen niet de volledige verantwoordelijkheid hiervoor.

Zij moeten het doen met het kapitaal dat opgebouwd wordt, in de munteenheid die toegestaan is en met parttimers, en vaak zelf oud-werknemers, die niet als dagtaak hebben op zoek te gaan naar de beste beleggingen. De onbevredigende tegenstelling die ontstaat, is dat niemand in dit scenario wint. Maar het gat in pensioenen, het gat in koopkracht, gaat voort en de gepensioneerden voelen dit het hardst.

Dit doet het meest pijn wanneer de gepensioneerden van de organisatie die toezicht moet houden op de banken, de pensioensector, de beleggingen, de koopkracht en de munteenheid, zelf moeten rondkomen van een karig pensioen dat allesbehalve waardevast is. Het wil zeggen dat het probleem serieuzer en anders aangepakt moet worden.

Werkgevers en werknemers moeten vooruit kijken, bijvoorbeeld meer opzij zetten, minder nu uitkeren en informeren naar de juiste beleggingen. Bij de toezichthouder en de staat moeten valuta en beleggingen in het buitenland eerder en makkelijker toegelaten worden, zonder een te hoge regeldruk en rapportageverplichting. En bij de huidige werknemers moet de bereidheid bestaan, mee te betalen aan meer waardecreatie en correcties, ten behoeve van reeds gepensioneerden. Ook moet er geïnvesteerd worden in kennis en in een open dialoog die over dit onderwerp nodig is.

More
articles