Wij van Keerpunt, vonden het een vreemde situatie, toen de assembleeleden Parmessar en Sapoen te midden van de begrotingsbehandeling en in de nadagen van het vergaderjaar, om een themavergadering vroegen over het bedrijf Staatsolie: onze nationale trots en baken van hoop voor een toekomst van voorspoed.
De ingestudeerde hoekschop van Justitie en de korpschef, lijkt naar tevredenheid te hebben gewerkt. Herhaling is nabij. Plotseling wil men nu de schijnwerper richten op uitgerekend het staatsbedrijf dat winstgevend is, een positieve cash flow heeft en actueel is met jaarcijfers.
Van alle prioriteiten in de hele portefeuille van staatsdeelnemingen, willen deze twee politici uitgerekend dit bedrijf onder een vergrootglas plaatsen. Het schaamrood zou bij iedere andere oud-directeur van een staatsbedrijf op de kaken staan, om te vragen waar de oud-directeur van de EBS, in zijn rol als parlementariër, nu om vraagt. Zijn schaamte en eergevoel inmiddels verleden tijd? Hoe lang heeft het niet geduurd voordat het bedrijf kon rapporteren over de bestuursperiode van Parmessar? Hoeveel jaren na zijn werkzaamheden daar, heeft het geachte lid nog loon opgestreken van dit bedrijf?
Het is het prerogatief van onze wetgevende macht om vragen te stellen en onderzoek te doen. Wij moeten dat als volk toejuichen, want daarvoor hebben wij onze vertegenwoordigers verkozen. Echter, Staatsolie is meer dan ieder ander staatsbedrijf een open boek en ongekend transparant. Die transparantie over documentatie, zoals de ethische gedragscode, is de reden dat politici zoals Parmessar en Sapoen de aanval konden openen op onder anderen Melissa Santokhi-Seenacherry en Leo Brunswijk. De laatstgenoemde laat zowel EBS als SLM compleet met rust. De bemoeizucht van beide politici is namelijk selectief en het partijbelang bij samenwerking met de ABOP, telt op dit moment zwaarder dan een werkelijk doortastend onderzoek waar het plaats zou moeten vinden.
De heren beroepen zich op de economische macht en op de veelheid van activiteiten, zoals verantwoordelijkheid voor de Afobakastuwdam. Echter, dit is een direct gevolg van twee omstandigheden waarin de NDP niet vrijuit gaat, namelijk de financiële positie waarin de EBS verkeerde bij het vertrek van Suralco, iets waar Parmessar van dichtbij, het nodige van weet. En het deplorabele onderhandelingsresultaat bij het vertrek van Suralco.
De daling van de dividenduitkering en volgend jaar de vrije kasstroom is heel simpel gelegen in het feit dat Staatsolie enorm veel geld geleend heeft voor deelname aan offshore activiteiten. Die schuldenlast en rentelast drukken op haar begroting, lang voordat er inkomsten uit Gran Morgu komen.
Parmessar en Sapoen hebben geen parlementaire enquête of themavergadering hiervoor nodig. Slechts persberichten, jaarverslagen en een leesbril. Het is meer dan duidelijk dat Santokhi en de zijnen van mening waren dat de huidige directie het veiligst en het best voor het bedrijf waren, en hun boekje te buiten gegaan zijn met de verlenging van de termijn van deze functionarissen.
Maar het ‘Isaacs’-scenario dunnetjes overdoen, is afgezaagd en onverantwoord. TotalEnergies, APA en de Afreximbank zitten niet te wachten op oud-militaire partijloyalisten als gesprekspartner. Er staat te veel op het spel om met dit bedrijf op dit moment politiek te gaan bedrijven.


