Financiële toezegging IDB aan Suriname nader bekeken

De Inter-American Development Bank Group (IADBG) heeft bekendgemaakt dat zij de komende drie jaar, 570 miljoen US-dollar aan leningen aan Suriname zal verstrekken. Het IADBG is in 1960 opgericht door de Verenigde Staten en negentien Latijns-Amerikaanse landen, onder toezicht en leiding van de Organisatie van Amerikaanse Staten (OAS). Naast de bank (IDB) bestaat deze organisatie ook uit een private sector poot en een apart fonds, gericht op het midden- en klein bedrijf (MKB). De hoofddoelstelling van deze organisatie is om zowel publieke als particuliere investeringen te stimuleren in Latijns-Amerikaanse landen en het Caraïbisch gebied. Het idee hierachter is om economische groei te bevorderen middels het verstrekken van leningen aan overheden en de private sector (MKB). Het hogere doel is om armoede, corruptie en ongelijkheid te bestrijden in Midden- en Zuid-Amerikaanse landen en het Caraïbisch gebied.

Het IADBG werkt nauw samen met het Internationaal Monetair Fonds (IMF). De toezegging van deze 570 miljoen USD van het IADBG, heeft betrekking op de Staff Level Agreement die de Surinaamse regering heeft bereikt met het IMF, waarbij is afgesproken dat de Surinaamse regering:

  • een crisis- en herstelplan opstelt dat de basis moet leggen voor een sterk, weerbaar en economisch herstel dat door alle lagen van de samenleving moet worden ervaren.
  • een uitgebreid sociaal vangnetprogramma uitvoert ter beschermen van de armen;
  • solide monetaire maatregelen neemt ter verlaging van de inflatie en het herstel van de internationale reserves;
  • de schuldhoudbaarheid en investeringen voor de toekomst veilig stelt;
  • de overheidsuitgaven ten gunste van de meest kwetsbaren (b.v. loonsverhogingen, sociale steun) verhoogt;
  • verregaande maatregelen treft om het begrotingstekort te verlagen (bezuinigingen, afschaffen subsidies);
  • onmiddellijke overgaat naar een flexibele wisselkoers;
  • een reeks van institutionele hervormingen doorvoert om beleidsvorming en regeringsinstituten te versterken, good governance te verbeteren en corruptie te bestrijden.

Bij het toezeggen van het uitvoeren van de vele maatregelen die moeten worden getroffen om in aanmerking te komen voor de fondsen van het IMF, heeft de Surinaamse regering kennelijk onderschat wat de gevolgen zijn van al deze maatregelen, en of al deze maatregelen wel effectief uitvoerbaar zijn. De solide monetaire maatregelen om de inflatie te beteugelen zijn bijvoorbeeld uitgebleven. Institutionele hervorming (bijvoorbeeld: versterking van de Belastingdienst, de Rekenkamer) blijken ook een brug te ver door het tekort aan deskundigen. Zie hier de valkuil van nepotisme en vriendjespolitiek. Maar ook de politieke realiteit blijkt een sta-in-de-weg om de institutionele versterking te verwezenlijken en corruptie en vriendjespolitiek te bestrijden, omdat coalitiepartners een eigen politieke agenda blijken te hebben.

Sinds het bereiken van deze staff level agreement met het IMF, heeft de Surinaamse regering wel al een paar maatregelen getroffen om aan de bovengenoemde eisen te voldoen. Daarbij is de wisselkoers losgelaten (nu een flexibele wisselkoers) en is men begonnen met het afschaffen van de subsidies. Met het voorlopig stoppen met het aflossen van de Oppenheimer-leningen is er ook wat relatieve monetaire rust gecreëerd en dat zorgt vooralsnog voor een redelijk stabiele wisselkoers. Het blijft echter een uitdaging voor de Surinaamse regering om de inflatie/prijsstijgingen te beteugelen en betekenisvolle salarisverhogingen door te voeren. Ook is er nog steeds geen gevolg gegeven aan het uitvoeren van een geïntegreerd sociaal plan om de positie van sociaal zwakkeren in de samenleving te versterken. Hierdoor ontstaat er veel sociale onrust in de samenleving met diverse protestacties als gevolg.

Al deze ontwikkelingen zijn het IMF en de IADBG niet ontgaan en in afwachting van het bezegelen van het IMF-akkoord met Suriname later dit jaar, heeft de Inter-Amerikaanse Ontwikkelingsbank besloten Suriname tegemoet te komen en een steuntje in de rug te geven om de economie sneller te herstellen en het overheidsbeleid te ondersteunen. Het is nu aan de Surinaamse regering om te bewijzen dat men te goeder trouw is en dat men de integriteit en deskundigheid bezit om alvast uitvoering te geven aan het crisis- en herstelplan. Hierbij is het belangrijk om het midden en klein bedrijf te stimuleren om de productie en export te verhogen. Ook de productiviteit binnen de publieke sector (overheid) moet omhoog en de inefficiëntie bij de overheid moet ongedaan gemaakt worden. Maar het allerbelangrijkste is toch het sociaal vangnet dat nu wel echt vorm moet gaan krijgen, anders zal de onrust binnen de samenleving blijven toenemen. Deze maatschappelijke onrust zal voer zijn voor oppositiepartijen, die de oorzaak zijn van deze economische malaise, om hun positie verder te verstevigen voor de komende verkiezingen en het beleid van de overheid te destabiliseren.

Peter M Wolff

[email protected]

More
articles