March 31, 2020


Nood breekt wet


March 31, 2020

De regering Bouterse/II is momenteel een spoedwet aan het voorbereiden die betrekking zal hebben op een burgerlijke uitzonderingstoestand (Wet Uitzonderingstoestand Covid-19). Deze wet heeft te maken met beheersing van de Covid-19 pandemie en is ter uitvoering van artikel 72 c van de Grondwet. De behandeling van deze spoedwet, zal deze week nog in De Nationale Assemblee (DNA) behandeld worden en zal vervolgens gelijk na de afkondiging in werking treden.  Deze “noodwet” zal door de regering ter bescherming van de bevolking  voor geheel Suriname krachtens artikel 72 van de Grondwet de burgerlijke uitzonderingstoestand worden afgekondigd. Bij het ingaan van de uitzonderingstoestand wordt op grond van artikel 23 van de Grondwet de Wet uitvoering Uitzonderingstoestand van kracht, waarin zoals vereist de bijzondere maatregelen en voorschriften worden geregeld. Gezien de wereldwijde situatie en de impact van het Coronavirus en als je kijkt hoe Surinaamse burgers omgaan met de maatregelen gesteld door de overheid, dan is deze wet niet eens een slecht besluit, wanneer het erop aankomt om orde te handhaven gedurende deze crisis. Maar wanneer er wordt gekeken naar een groter plaatje, dan is de volgende stap het opzetten van een “noodfonds”, want bedrijven/ ondernemers zullen nog meer ondersteuning nodig hebben van de regering, indien er een totale lock down wordt ingevoerd m.b.t. een noodtoestand. We denken dan gelijk aan de “armen” die vaker behoefte zullen hebben aan goedkope basisgoederen en pakketten van de regering.  Indien deze coronacrisis erger mocht worden, dan zullen er meer medicijnen nodig zijn en medische verbruiksartikelen voor de gezondheidswerkers. Ook beademingsapparatuu zal nodig zijn indien er een uitbraak mocht komen. Kortom de capaciteiten van de Intensive Care (IC) moeten vergroot worden, aangezien we tot nu in het gehele land nu maar 30 fully equipt bedden hebben met beademingsapparaten. Naar de redactie van De West verneemt worden er daarom sinds vorige week al gesprekken gevoerd in DNA voor het opzetten van een “noodfonds”.  Een goed geïnformeerde bron zegt, dat het opzetten van dit fonds geen kunst is, maar de vraag  is, waar wordt het geld vandaan gehaald om in dat fonds te stoppen. Het fonds zal dan vervolgens ook gelden moeten distribueren voor de nodige zaken. De overheid heeft momenteel geen geld meer om aan haar reguliere uitgaven te voldoen. Dit is al duidelijk bij de betalingen van de olierekening die structureel laat zijn, en elk keer is er weer een andere instantie (zie huidige situatie ziekenhuizen) die het werk wil neerleggen vanwege betalingsachterstanden van het personeel. De overheid heeft geen geld omdat zij niet meer kan lenen, omdat de staat al op haar maximum zit als het gaat om leningen bij de lokale banken, en omdat de banken niet de kredietruimte meer hebben om aan de overheid te lenen. Buitenlandse investeerders zijn momenteel niet geïnteresseerd om de Surinaamse overheid uberhaupt nog geld te lenen, getuige de 2016 obligatie/bond die gekelderd is. Dit gebeurde nadat investeerders een groot deel van de bonds hebben verkocht tegen een lagere prijs. Deze actie is ontstaan door de vrees, dat de Surinaamse regering de rente op leningen in april niet zal kunnen betalen. Hierdoor is de effectieve rente op de bonds ongeveer 17% geworden. Dit zou betekenen, dat indien de overheid in deze tijd toch op zoek zou gaan naar een buitenlandse investeerder, zou ze tegen een rentepercentage van 17% moeten lenen.  Als er momenteel wordt gekeken naar de wereldrente, dan is die nog meer aan het dalen, omdat de buitenlandse overheden enorme bedragen aan het pompen zijn in hun economieën, zodat zij die kunnen redden. Daarnaast heeft Suriname geen ruimte meer in het schuldenplafond, als je let op de Wet op de Staatsschuld. Dan komt nu de vraag weer, hoe gaat de regering het “noodfonds” financieren? Want we moeten niet vergeten, dat de overheid geen geld heeft om haar reguliere uitgaven te dekken, is de verwachting dat dit fonds een dekmantel zal zijn en niks meer. De regering zal het noemen “in het kader van Covid-19 maatregelen”. Als er uberhaupt geld in dat fonds komt, zal het weer gebruikt worden om consumptieve zaken te financieren. We moeten gelijk denken aan het uitbetalen van salarissen, het verdelen van pakketten, ook weer interfiniëren om de wisselkoers te beteugelen en niet te vergeten, een deel van de olierekening te betalen. Alles onder de noemer voor “Covid-19”. Nu om terug te komen over hoe dit fonds voorzien kan worden, want nogmaals, de staat heeft zelf geen geld.  De Centrale Bank van Suriname is leeggeroofd en daarmee ook een deel van de Kasreserves. We moeten ons dan niet verkijken op het feit dat er momenteel nog een paar miljoen USD ligt in de kluis van de moederbank, waarbij in een noodtoestand de kans op “verdwijning”, weer eens mogelijk is. De regering is daarom naarstig opzoek naar opties voor financiering van het “Covid-19 noodfonds”.  Daarom kunnen er enkele scenario’s zijn, waar de overheid naar zal grijpen om hun uitgaven te dekken. Tot aan de verkiezingen heeft deze regering naar wij vernemen minimaal 300 miljoen USD nodig om de economie draaiende te houden en daar bovenop komt nog bij, dat de obligatiehouders van het Oppenheimer Funds in april hun halfjaarlijkse rente van 9,25% moeten ontvangen. Daar is zo’n US$ 26 miljoen mee gemoeid die de Staat moet uitbetalen. De enige opties die er dus overblijven, is toch misschien weer een greep in de kasreserves? Volgens onze bronnen zijn de contracten voor het “ringfencen” van de Kasreserves nog steeds niet getekend, dat wil zeggen dat het geld nog steeds niet 100% is veiliggesteld. Verder zegt onze bron dat de krant gerust mag vermelden, dat een GROOT deel van de kasreserves, nog steeds niet is veiliggesteld/gerinfenced. In principe lijkt het er op, dat de CBvS de bankiers onder druk probeert te zetten, dat de CBvS pas zal tekenen, wanneer er een vrijwaringsclausule wordt opgenomen in het contract van de kasreserves. Nog een optie voor de regering, is dat zij naar het Internationaal Monetair Fonds kan gaan voor het opzetten van een noodfonds, maar dan zullen zij moeten voldoen aan de stringente voorwaarden, die het IMF jaren geleden had vastgesteld.  Aangezien de verkiezingen naderen, zal de regering niet zo happig zijn op de maatregelen van het IMF. Als laatste optie blijven de vreemde valuta tegoeden van de burgers/ ondernemers bij de banken over. Dit zal in het kader van nood breekt wet worden opgelegd aan de banken, want nood dwingt dan de wet te schenden. Voor degene die dachten, dat Staatsolie een optie zou zijn voor de regering en investeerders die bevreesd zouden zijn, dat het opgehaalde geld gevaar zou kunnen lopen, is heel klein. Dit omdat de internationale banken een MAC hebben ingevoerd in de contracten. De Material Adverse Change (MAC)-clausule, die heeft tot doel, de koper te beschermen tegen omstandigheden die een aanzienlijke impact hebben op de financiële positie van de doelvennootschap. Met een adequate MAC-bepaling wordt de koper beschermd tegen een daling van de waarde van de aandelen, die hij heeft bedongen bij het tekenen van de koopovereenkomst. In het geval van Staatsolie zou het betekenen, dat indien er veranderingen mochten komen in het bestuur, of een onderdeel van Staatsolie wordt verkocht, dat de internationale banken/ investeerders mogen ingrijpen en de zaken die als onderpand zijn gegeven, om daar beslag op te leggen. Vorig jaar augustus werd het Spaar- en Stabilisatie Fonds (SSFS) officieel ingesteld. Een van de doelen van het SSFS was om de economie te beschermen. De bedoeling was dat SSFS de inkomsten uit onze niet-hernieuwbare minerale hulpbronnen, waarvan de belangrijksten zijn: olie en goud zou investeren.  Het fonds moest ervoor zorgen dat deze middelen rendabel werden uitgezet, zodat spaargelden voor toekomstige generaties, konden worden opgebouwd. Het rendement zou voor een deel terugvloeien naar het SSFS en voor een deel gaan naar de staatskas. Doordat het SSFS zou moeten fungeren als spaar en accumulatiefonds, was het bedoeling dat zij beschikbaar zou zijn voor onze kinderen en diens kinderen, en zo verder. Naar de redactie van De West verneemt is dit fonds momenteel helaas leeg en als er uberhaupt ooit geld in was geïnvesteerd, is dat geld ook “verdwenen”.

Dagblad DE WEST,

Dagblad uit en voor Suriname ,

Paramaribo, Suriname

Mr. J.C. De Miranda Street, Paramaribo # 2-6

+(597) 471249