ARTIKEL 21 IS MONETAIRE FINANCIERING

De overheid geeft elk jaar meer geld uit dan zij verdient. Een deel van deze buitensporige uitgaven wordt gedekt met leningen. Ook blijkt elk jaar dat een deel van de opgebrachte uitgaven, niet is betaald door de overheid, dat is duidelijk te zien aan alle bestelbonnen, die sinds 2014 niet zijn voldaan. Het is voorgekomen dat de betaling van openstaande rekeningen van de staat 2 tot 3 jaar na dato pas zijn voldaan. Wij van Keerpunt, weten alles over de wanbetaling van de overheid. Veel ondernemers zijn al zes jaar niet betaald. Ook de aannemers van asfalterings- en bouwprojecten worden vaak achteraf verrekend, na jarenlang openstaande rekeningen te hebben gehad. Zowel de jaarlijkse openstaande rekeningen als de leningen stappelen zich op als staatsschuld. De uitstaande staatsschuld op dit moment bedraagt meer dan SRD 20 miljard. Voor 2019 is het gat tussen de verwachte inkomsten en uitgaven zo groot, dat de overheid nog meer dan voorheen zal moeten lenen om de opgebrachte uitgaven te kunnen doen. Aan het begin van dit jaar werd er een beroep gedaan op de Centrale Bank van Suriname, CBvS, om de Staat (ministerie van Financiën) een enorm bedrag voor te schieten. Dit werd gedaan door gebruik te maken van artikel 21 van de Bankwet. Dit kan eveneens gezien worden als niets minder dan monetaire financiering. Toen de termijn (6 maanden) van het voorschot verstreken was, werd simpelweg opnieuw monetair gefinancierd. Per saldo is slechts SRD 22 miljoen terugbetaald door ministerie van Financiën aan de CBvS, dat is het verschil tussen het eerste voorschot (SRD 670 miljoen) en het tweede voorschot (648 miljoen). Om de overheidsfinanciën in balans te krijgen, moet simultaan worden gewerkt aan de inkomstenkant en de uitgaven. Bij de inkomsten is het bekend dat er veel onbenutte potentie is. Bij de directe belastingen wordt naar verluidt, amper vermogensbelasting geïnd en de onroerendgoedbelasting komt er maar niet. Hier tegenover staat dat de loonbelasting te hoog is, wat niet eerlijk is voor loontrekkers (de arbeidende klasse). Bij de overheidsuitgaven hebben wij bemerkt dat de stroomsubsidies te hoog zijn (meer dan SRD 1,1 miljard = 32% van de uitgaven). Elke maatregel van de overheid om meer inkomsten te genereren of uitgaven te verminderen, heeft consequenties. Het is dus meer een beleidskeuze dan een economische afweging. Uiteindelijk vormen belastingen de spiegel van een samenleving. Door je belastingen zo in te richten dat vervuilers en vervuilende sectoren worden belast en kennis-, onderzoeks- en dienstensectoren worden ontlast (gestimuleerd), kan een overheid de ontwikkeling van het land bijsturen.

More
articles