July 10, 2019


Presidentiële commissie Alcoa verrast Kenniskring met bezoek


July 10, 2019

De Presidentiële Onderhandelingscommissie Alcoa, onder leiding van Dilip Sardjoe, heeft gisteravond de Kenniskring tijdens haar discussieavond verrast met een bezoek. Het thema van de avond was: De beëindiging van de Brokopondo-overeenkomst; een analyse van het resultaat van de onderhandelingen. Energiedeskundige Viren Ajodhia en ex-VHP-parlementariër Radjkoemar Randjietsingh waren de inleiders, de juristen Serena Essed en Hugo Essed zaten in het panel. Sardjoe werd ook uitgenodigd voor de paneldiscussie. Hij gaf aan, dat verkeerde informatie tot verkeerde conclusies leiden. De wijze waarop situaties zijn belicht, zijn volgens hem in een sfeer van ‘ik moest het weten’. Over de onderhandelingen en handelingen van het parlement van 1958, is door de inleiders gesteld, dat de Suralco stroom heeft gehad om het industriefonds in Suriname te ontwikkelen. “Op een gegeven moment was er alleen maar een aluinaardefabriek en een basisindustrie. De voorzitters van de VHP en NPS, die hebben gesteld om ook aluinaarde te maken. Toen het besluit werd genomen om de dam te maken en een aluinaardefabriek op te zetten, is 5 procent van het geproduceerde aluminium naar de lokale industrie gegaan voor een bepaalde prijs. Maar Suriname had nooit de intentie om een industrie te ontwikkelen. Daarom was in de Brokopondo-overeenkomst slechts 9 megawatt stroom opgenomen en de rest is bij Suralco gebleven”, verduidelijkte Sardjoe. Hij zei verder dat vanaf 1970, bauxiet gegraven is in een versneld tempo. De regering destijds heeft de opdracht gegeven om meer te graven dan de 650 ton die als minimum werd gesteld. In het contract wordt een periode van 75 jaar genoemd, maar doordat er meer gegraven werd, is het bauxiet eerder opgeraakt. “Wij hebben nog steeds superkwaliteit bauxiet op Para-Noord, maar die bevat geen ijzer.” Sardjoe zegt dat er naar mogelijkheden is gekeken hoe de bauxietindustrie verder kan met Nasau. Marc Waaldijk, lid van de commissie, sprak over de dam welke Suriname dit jaar zal overnemen van Suralco. “Er is in 2015 door externe deskundigen vastgelegd in welke staat de dam momenteel verkeert. Voordat we de dam zouden overnemen, heeft de Alcoa US-dollar 4 miljoen erin geïnvesteerd. Voordat de overdracht plaatsvindt, gaan we weer kijken in welke staat de dam verkeert. Het is dus voor ons geen probleem. Wij hebben geen auto zonder sleutel gehad, zoals men denkt”, aldus Waal-dijk. Sardjoe gaf aan, dat wij Suralco vanaf 2007 subsidiëren. Hij legde uit, dat 2009 het juiste moment was om de dam over te nemen. “In 2003 heeft Suralco de dam aangeboden aan Surina-me, maar wij wilden alleen stroom kopen, omdat wij het karakter niet hadden om de dam te draaien. In 2014 toen Suralco besloot om weg te gaan, hebben wij toch besloten om de dam te nemen. Wij hebben achttien jaar teruggebracht naar dertien jaar en dat is een goede deal”, stelde hij. Stroomprijs Randjietsingh vindt niet dat de commissie een goede deal heeft gesloten wat de stroomprijs betreft. “Wij hebben geen behoefte om Suralco tien jaar lang te subsidiëren tegen een vaste prijs. Hoe lever je tien jaar lang stroom tegen 0.6 cent, terwijl de productiekosten veel hoger zijn in Suriname? Tien jaar lang zijn wij verplicht om stroom te leveren en de prijs mag niet veranderen, al heeft Suriname geen stroom te bieden. Wanneer door calamiteiten de transmisselijn uitvalt of wij door klimatologische omstandigheden geen stroom kunnen leveren, zullen wij naar andere mogelijkheden moeten zoeken.” Sardjoe vindt dat er een goede deal is ge-sloten. Hij gaf aan, dat er regeringen ervoor zijn geweest die Iamgold en Cambior, stroomsubsidie voor 0.3 cent hebben gegeven. “Nu betalen deze multinationals een prijs waar wij nog steeds voor vechten. Een prijs die destijds is ontstaan om de industrie een lift te geven.’’ Een aandachtspunt vanuit het publiek was, als Suralco vanaf 2015 geen activiteiten meer ontplooit in Suri-name, de raffinaderij bezig is te ontmantelen, waarvoor heeft Suralco dan tien jaar lang nog zoveel stroom nodig. Een tweede opmerking was, dat als voor een prijs van 5.6 cent per kilowatt uur geleverd zal worden, terwijl de opwekkosten van EBS 0.24 cent bedragen. Waarom moeten we een multinational dan 0.18 cent per kilowatt uur subsidiëren? Serena Essed merkte op dat er steeds verwezen wordt naar de overeenkomst van 1999, terwijl de situatie in 2015 veranderd was toen de bauxietactiviteiten van de Alcoa zijn stopgezet. “Toen had Suriname de gelegenheid om te onderhandelen over een andere stroomprijs. De bedoeling van het opzetten van een waterkrachtcentrale was, dat opwekking middels water goedkoper was dan olie. Waarom is er in 2015 niet voor gekozen om een prijs vast te stellen op grond van water? Precies zoals de Alcoa de Brokopondo-overeenkomst afzegt, omdat deze niet rendabel meer is, hadden wij hetzelfde kunnen doen.” S. Essed zei dat Alcoa zoveel winst heeft gemaakt met de deal van toen. Maar in 2015 had de onderhandelingscommissies de kans om deze te corrigeren. Zij begreep niet waarom ervoor gekozen is voor een stroomprijs die ons nu duurder komt te staan. Volgens Sardjoe is er gekozen voor die prijs, omdat toen het contract in 1999 inging, dat gebaseerd was op een prijs die vijftien jaar later zou ingaan. “Op dat moment ontstond er een schuld van US-dollar 54 miljoen aan Suralco, die al ondergebracht was in het contract. Omdat dit bedrag niet beschikbaar was op dat moment, moesten wij gaan dealen over een situatie om US-dollar 50 miljoen niet te betalen. Hij legde uit dat deze deal voordeliger was. Zo kwam de stroomprijs tot stand. Conceptbeëindigingovereenkomsten De commissie maakte duidelijk, dat het slechts conceptbeëindigingovereenkomsten zijn. Niets staat nog vast. De conceptbeëindigingovereenkomsten zijn aangeboden aan De Nationale Assemblee (DNA), maar volgens S. Essed rijst de vraag als het parlement toestemming zal geven aan de regering om deze overeenkomsten te tekenen. Ze bracht in herinnering, dat de DNA-voorzitter in oktober 2018 had gezegd, dat alle DNA-leden het Memoran-dum of Understanding (MoU), op basis waarop de concepten zijn gestoeld, hebben afgewezen. Niet duidelijk is of iemand op dit standpunt terug is gekomen. Dat be-tekent dat het niet is uitgesloten, dat mogelijk geen toestemming aan de regering wordt gegeven. S. Essed vindt, dat toestemming wel noodzakelijk is, omdat in de Brokopondo-overeenkomst staat, dat bij wijzigingen of aanvullingen dezelfde formaliteiten in acht moet worden genomen. “Wanneer er wijzigingen worden aangebracht aan overeenkomsten die gesloten zijn met multinationals, wordt altijd toestemming gevraagd van het parlement. Indien deze niet wordt verleend, zal dit als gevolg hebben dat de beëindigingovereenkomst niet tot stand kan komen en bevinden wij ons op het gebied van een afgebroken onderhandeling, want dan is de onderhandeling stopgezet”, stelde ze. door Kimberley Fräser