Een groep aandeelhouders van De Surinaamsche Bank (DSB), heeft vragen gesteld bij de procedure rond de voordracht van een nieuw lid voor de Raad van Commissarissen (RvC). De groep stelt geen bezwaren te hebben tegen de voorgedragen kandidaat, maar tegen de wijze waarop de voordracht tot stand is gekomen. Bij een beursgenoteerde financiële instelling als DSB, die spaargelden van burgers beheert en een belangrijke positie inneemt binnen het Surinaamse financiële systeem, mag volgens de aandeelhouders, maximale transparantie worden verwacht, wanneer het gaat om benoemingen binnen het toezichthoudend orgaan. Zeker nu bij financiële instellingen zich de praktijk heeft ontwikkeld, dat een profielschets aan de aandeelhouders verzonden wordt, met een open uitnodiging, tot suggesties voor dergelijke voordrachten. Volgens de aandeelhouders is onvoldoende duidelijk gecommuniceerd over het ontstaan van een vacature binnen de Raad van Commissarissen, de noodzaak van een nieuwe benoeming of uitbreiding van de raad, de profielschets van de gezochte kandidaat en de wijze waarop de selectie en voordracht hebben plaatsgevonden.
“Een belangrijke groep minderheidsaandeelhouders was niet op de hoogte van een vacature of van een behoefte aan uitbreiding van de Raad van Commissarissen”, stellen zij. Ook wijzen zij erop dat er geen publieke profielschets bekend is gemaakt waaruit blijkt, welke specifieke kennis, ervaring of deskundigheid de raad momenteel nodig acht.
De aandeelhouders stellen pas kennis te hebben genomen van de voordracht, nadat de agenda voor de Algemene Vergadering van Aandeelhouders was ontvangen. Op de agenda stond opnieuw een voorstel voor de benoeming van een commissaris. Volgens de aandeelhouders raakt de kwestie aan bredere principes van goed ondernemingsbestuur. Internationaal wordt volgens hen steeds meer de nadruk gelegd op transparantie, onafhankelijk toezicht en gelijke behandeling van aandeelhouders. Financiële instellingen zouden daarbij een voorbeeldfunctie moeten vervullen. “Ons standpunt richt zich niet op personen, maar op processen”, aldus de aandeelhouders. “Wij spreken ons niet uit over de persoon van de voorgedragen kandidaat. Waar het ons om gaat, is dat de procedure transparant, uitlegbaar en in overeenstemming met de beginselen van goed ondernemingsbestuur verloopt.”
Dit wordt volgens de aandeelhouders versterkt door het feit, dat de voorgedragen commissaris onlangs bij de Centrale Bank van Suriname, in strijd met de wettelijke termijn, onder politieke druk tot ontslag schijnt te zijn bewogen. De bijna aansluitende en relatief obscure voordracht, bij een instelling waar de kandidaat, voorafgaand reeds commissaris geweest is, wekt de sfeer van ‘quid pro quo’, uitgerekend bij en rondom de toezichthouder, vooral omdat de staat Suriname, zowel direct als indirect, behoorlijke invloed en zeggenschap kan uitoefenen bij DSB. In het verleden heeft dit het bankbedrijf geschaad. De aandeelhouders benadrukken verder dat actief aandeelhouderschap wereldwijd heeft bijgedragen aan betere governance, kostenbesparingen en het voorkomen van besluiten die niet in het belang van ondernemingen en hun stakeholders waren. Volgens hen zijn aandeelhouders geen tegenpartij van een onderneming, maar mede-eigenaren die bijdragen aan beter toezicht en meer vertrouwen in de instelling.
Daarnaast wijzen zij op recente ontwikkelingen in de Surinaamse wet- en regelgeving. Daarbij verwijzen zij naar de hervormingen rond het nieuwe Burgerlijk Wetboek, de Wet Toezicht Bank- en Kredietwezen en het ontwerp voor een nieuwe Wet Toezicht Verzekeringswezen. De rode draad daarin is volgens hen meer transparantie, integriteit, onafhankelijk toezicht en een evenwichtige behandeling van alle aandeelhouders.
Hoewel zij erkennen dat DSB de afgelopen jaren sterke financiële resultaten heeft neergezet, vinden de aandeelhouders dat wijzigingen binnen toezicht en bestuur, zorgvuldig en voorspelbaar moeten plaatsvinden. Zij spreken zich uit voor vernieuwing conform bestaande governance-afspraken en het aangekondigde rooster van aftreden.
Volgens de aandeelhouders kunnen onverwachte voordrachten of situaties waarin mogelijk invloed wordt uitgeoefend zonder voldoende transparantie, leiden tot onnodige onzekerheid onder aandeelhouders en andere stakeholders. “Goede go-vernance betekent dat geen enkele aandeelhouder – groot of klein – een voorkeurspositie krijgt buiten de formele besluitvormingsprocessen om”, stellen zij. De aandeelhouders benadrukken dat hun inzet niet is gericht op confrontatie, maar op transparantie, voorspelbaarheid en gelijke behandeling van alle aandeelhouders. Volgens hen staat uiteindelijk de vraag centraal of een systeemrelevante bank als DSB, haar governance- en voordrachtsprocessen voldoende transparant uitvoert en daarbij het belang van alle aandeelhouders vooropstelt.

