Zoals verwacht is de regering Simons niet minder zachtaardig tegen Guyana dan de regering Santokhi was. De eerste tekenen aan de wand daarover waren aanwezig, toen de nieuwe regering langzaam en zwak was in ontkenningen en afwijzingen van misinformatie over de illegale visserij en de hoop van Guyanese vissers op vergunningen die de Surinaamse wetgeving niet toestaat. De tweede ronde aan voortekenen kwam rond leges die geheven moesten worden voor gebruik van de Corantijnrivier door de westerburen, waarbij de minister van BIS woorden van vriendschap tekort kwam in reactie op scherpe en provocerende taal vanuit Georgetown. En nu blijkt dat de brug over de Corantijnrivier, met alle bezwaren, onbeantwoorde vragen en kritiek vanuit de NDP en de NPS, gewoon onderdeel is en blijft van de beleidsagenda van deze regering. Het was onze redactie reeds ter ore gekomen dat Georgetown het als een van de eerste onderdelen op tafel geworpen heeft bij deze regering, en over weinig anders wilde praten in de sfeer van bijvoorbeeld oil and gas, zolang de brug niet op de agenda kwam. Maar president Simons reist af naar Brazilië, wordt bij de arm genomen door haar ‘grote broer’ uit het Zuiden, en doodleuk is onderdeel van de transportagenda bij bilaterale besprekingen:
“ondersteuning van de brug over de Corantijnrivier tussen Suriname en Guyana.”
Een brug waarvoor de NDP de VHP voor rotte vis heeft uitgemaakt. Een project in welk kader de persoonlijke reputatie van de vorige first lady op sociale media door paarse sympathisanten door het slijk is gehaald. Een project waarvoor noch de begroting noch de politieke beschouwingen een update gebracht hebben betreffende de stand van zaken. Een project waarvan het Bureau voor de Staatsschuld, de Rekenkamer en overige instituten, nog geen licht hebben doen schijnen over financiering die in internationale pers al gerapporteerd wordt.
Een project waarvan onze samenleving aanbestedingen uit de Guyanese pers moet vernemen. Een project waarvan de bilaterale overeenkomst, niet conform de Grondwet is aangeleverd bij De Nationale Assemblee.
En met deze Braziliaanse omzwerving is dit geheimzinnige stukje buitenlands beleid nu van bilateraal naar regionaal gegaan en zou onze heroverweging, zoals die tijdens de NDP-campagne beloofd is, een schending zijn van het internationale vertrouwen.
De Surinaamse burger heeft er als kiezer recht op te weten of zijn of haar eigen functionarissen, belast met het buitenlands beleid, in het opperste geheim verplichtingen aangaan waarvoor de belastingbetaler zal moeten opdraaien voor een project waarvan de voordelen voor ons land nog niet gebleken zijn, of misschien nog zorgelijker, dat invloeden van buiten de regering diplomaten bespelen als willoze schaakstukken en misbruik maken van een gebrek aan ervaring of inzicht bij een partijpoliticus die de schoenen van zijn voorganger niet lijkt te kunnen vullen en daardoor een verlengstuk van diens agenda geworden is.
Beide vormen een gevaar voor het nationaal welzijn, omdat zowel de portemonnee als het geografische gezicht van ons land frivool worden opengetrokken en verminkt ten behoeve van een buurland dat de landsgrenzen en de grenzen van de regelgeving structureel aan zijn laars wenst te lappen om daaruit voordeel te halen en de gewone Surinaamse burger te laten opdraaien voor de vooruitgang van Guyana.


