DE RUST VOORBIJ

De wittebroodsweken zijn voorbij voor het kabinet Simons-Rusland. In rap tempo hebben de Deviezencommissie-blunder, de Chinalco-blunder en de benoeming van de Surinaamse ambassadeur bij het Koninkrijk der Nederlanden, een periode van kalm en gematigd optimisme verstoord. De rust die Simons had gehoopt ten koste van alles te bewaren, is definitief voorbij.

De meest intiem geïnformeerde politicus van het land onthulde wederom kamergeheimen en bracht de regering in ernstige verlegenheid. Dusdanig dat Simons, die graag leidt vanaf het front, minister Monorath zijn eigen boontjes liet doppen, zo goed en zo kwaad als dat ging. De uitvoerende beleidsman die het meest nauw betrokken is bij regelgeving, blijkt in strijd met kersverse wetgeving, tegen dubbele salarissen nog altijd centjes te ontvangen voor zijn rol bij de Deviezencommissie. Toen bleek dat de ervaren jurist, oud-assembleelid en nauwe adviseur van de vorige vicepresident, onbekend was met het schriftelijkheidsvereiste als beginsel van behoorlijk bestuur, reageerde de Deviezencommissie met een heel andere versie dan zijn verhaal. De minister sloeg in zijn reactie dreigende taal uit over onderzoeken. Wie uiteindelijk ook aan het langste eind trekt, de overheid kwam allesbehalve eensgezind over.

Dit enkele dagen nadat de president en vicepresident als twee grensrechters, hun vlaggen verschillende kanten opwuifden in het Chinalco-dossier.

Vervolgens bereikte op stuntelige en onceremoniële wijze de bevestiging van geruchten de media: de nieuw te benoemen ambassadeur Panka zal Suriname vertegenwoordigen aan het hof van koning Willem-Alexander der Nederlanden. Dezelfde Panka die als fervent boutist zich geschaard heeft achter talrijke aanvallen op het oude moederland, achter de voortvluchtigheid van Bouterse voor een drugsveroordeling daar, en die meermaals soevereiniteit als schild heeft proberen op te werpen voor het gedrag van de NDP tijdens de Bouterse-regeertermijnen. Dit alles aan de vooravond van de komst van het koningspaar naar Suriname, bewijst welke rol partijpolitiek toebedeeld krijgt, namelijk één boven een inhoudelijke werk- en handelsrelatie.

More
articles