Adelien Wijnerman, minister van Financiën en Planning, is tijdens de wekelijkse vergadering van de Raad van Ministers, die gehouden werd in het perscentrum, nabij het Kabinet van de President, ingegaan op vragen die betrekking hadden op de afhankelijkheid van Suriname van buitenlandse leningen, en de mogelijkheden om de staatsinkomsten te verhogen.
De minister benadrukte, dat de buitenlandse leningen in de afgelopen periode vooral verbonden waren aan het IMF-programma. “Een van de voorzieningen binnen het programma, was het aangaan van een budgetlening om de financiering te kunnen dekken. Maar dat is nooit ons streven geweest, en kan ook niet het streven van de overheid zijn. Het had puur te maken met de afspraken binnen het IMF-programma, dat inmiddels is beëindigd”, aldus Wijnerman.
De minister zei dat de overheid zich nu richt op het verhogen van de inkomsten, zonder de bevolking extra te belasten. “We hebben gezegd dat we niet in de eerste plaats kijken naar maatregelen die de samenleving zwaarder treffen. Het is een uitdaging, maar daarom wordt er een traject bij de Belastingdienst ingezet. Daarbij gaat het niet om het verhogen van belastingtarieven, maar om een betere controle en toepassing van processen en procedures, zodat de inning efficiënter verloopt en de middelen daadwerkelijk binnenkomen”, legt Wijnerman uit.
Volgens Wijnerman zal deze aanpak volgend jaar worden voortgezet en naar verwachting leiden tot hogere inkomsten. Daarnaast wordt gekeken naar andere sectoren, die een bijdrage kunnen leveren. “De goudsector is daar één van, maar ook de staatsbedrijven. We zullen samen met hen nagaan, hoe we extra middelen kunnen vergaren”, aldus Wijnnerman.
Tegelijkertijd verklaarde de minister dat Suriname realistisch moet blijven over de uitdagingen. “We weten, dat we altijd met een financieringstekort te maken zullen hebben. De vraag is, hoe we dat tekort gaan dekken. Dat is iets waar we ons op dit moment intensief over buigen.”


