De Centrale Bankwet 2022 liet ruimte voor de zittende Raad van Commissarissen van de Centrale Bank van Suriname om een termijn van zes maanden te vervullen. De regering heeft aanvankelijk deze termijn kort verlengd, maar onlangs werd een definitieve raad benoemd met enkele nieuwe personen. De definitief benoemde raad heeft een zittingstermijn van vijf jaar en zal dus de regering die haar benoemde, formeel overleven. Of deze wettelijke mogelijkheid, de constitutionele gewoonte van volledige vervanging, bij aantreden van een nieuwe regering overleeft, is nog maar de vraag.
De meer ABOP gelieerde leden van de Raad van Commissarissen, keren grotendeels ongewijzigd terug, wat enerzijds een reflectie kan zijn van het smaller kader waar de partij beschikking of toegang toe heeft of anderzijds een reflectie van het vertrouwen en de ruimte, waar partijloyalisten op mogen rekenen. Immers is de partij door een inmiddels gewijzigd kiesstelsel, toevalstreffers en stevige onderhandelingen in de positie van bijna gelijkwaardigheid gekomen, ten opzichte van een coalitiepartner met bijna twee keer zoveel zetels. Een macro-economisch programma of nationale visie ontbrak en ontbreekt bij de partij, zodat het veel gemakkelijker is, onverstoord en ongehinderd door een profielschets of overmatige kennis, personen en zaken op hun beloop te laten.
De zogenaamde onafhankelijke benoemingen, wederom doordrongen van etnische toevalligheden, zijn heren die op en neer zullen springen om te wijzen op het feit dat ze nooit in hun leven VHP-lid geweest zijn en de route naar de Olifant niet kennen. Desondanks is de meest ervaren bankier en enige monetair internationaal aangezochte deskundige, niet langer onderdeel van de samenstelling van het toezichtsorgaan. De toezichthouders op de toezichthouder op het bankstelsel, tellen welgeteld één persoon in hun midden, die in het bankwezen, verzekeringswezen, de pensioenfondsen of kredietunies de eindverantwoordelijkheid gedragen heeft. De Centrale Bankwet 2022 legt een hoge drempel op aan de taak. Een serieuze profielschets is vereist en de bevoegdheden zijn ruimer. Maar Keerpunt ziet in de samenstelling een ernstige disbalans ten opzichte van een doorwinterd, hoogopgeleid, ervaren en politiek cynisch bestuur.
R.B.


