January 18, 2020


ME’A CUL’PA ME’A MA’XIMA CUL’PA


January 18, 2020

Wanneer zaken fout gaan, is het natuurlijk zeer gemakkelijk de schuld bij anderen te zoeken en nimmer bij jezelf of in eigen gelederen. Vanaf de periode van 1980-1987, toen we in dit land een militaire dictatuur hadden die volkomen onterecht als ‘revolutie’ werd aangeduid en die op verschillende momenten geheel was verzand en het volk helemaal niet meer warm liep voor de machtsstaat, werd herhaaldelijk het buitenland als mislukking van het zogeheten revolutionaire proces aangewezen. Landegenoten werden mishandeld en ook vermoord, omdat ze zogenaamd met Nederland en de Amerikaanse inlichtingendienst, tegen de militaire onderdrukker zouden hebben samengespannen. Nimmer werd de schuld van de mislukking van de militaire dictatuur en hun zogenaamde revolutie, in eigen gelederen gezocht. Op 8 december 1982 werden ook 13 burgers en 2 militairen door het bewind van Bouterse eerst gemarteld en standrechtelijk geëxecuteerd. Ook toen werden ze allemaal beschuldigd doende te zijn met plannen om een staatsgreep te plegen. Natuurlijk je reinste kolder, maar je moet toch uiteindelijk een excuus zien te vinden voor je misdadig handelen. Weinigen hebben zich eigenlijk afgevraagd, waarom mensen die zogenaamd met coupplannen bezig waren, doodgewoon in hun huis zijn gebleven en zo gemakkelijk konden worden opgehaald en daarna vermoord. Het moet voor een ieder duidelijk zijn, dat op geen enkele wijze sprake was van coupplannen bij deze 13 latere dodelijke slachtoffers. We spreken hier van 13 slachtoffers, omdat die gewoon thuis in het holst van de nacht werden opgehaald. De militair Rambocus werd uit het cachot van de Memre Buku Kazerne overgebracht naar Fort Zeelandia en Sheombar, eveneens militair, werd vanuit de gevangenis van Santo Boma naar hetzelfde fort gebracht, waar ze werden doodgeschoten. Leugens over een couppoging waar het buitenland achter zou hebben gezeten, volgden snel en werden nog vele malen daarna herhaald om deze zware mensenrechtenschending nog enigszins geloofwaardig te doen overkomen. Maar het schuiven van schuld op het buitenland wanneer je totaal gefaald hebt, heeft men bij de zogeheten revo-exponenten nooit verleerd. Overigens is het geen Surinaams fenomeen. Bij vrijwel alle linkse dictaturen op dit halfrond, wordt het buitenland altijd erbij gehaald wanneer het zogeheten ingezette socialistische proces is mislukt en alleen maar ellende voor het volk en land heeft veroorzaakt. Wij denken daarbij aan Venezuela, Cuba en Nicaragua. Vanaf het aantreden van de regering Bouterse in 2010, die voor een groot deel wordt geleid door de zogeheten revo-exponenten, werd het al heel gauw duidelijk, dat men voor de zoveelste maal, flink zou gaan stoeien met de staatsmiddelen die waren achtergelaten door de regeringen van het Nieuw Front onder leiding van president Runaldo Venetiaan. De inkomsten uit de aardolie- en de goudsector waren zeer aanzienlijk en daar heeft men zich bij de uitgaven, vreselijk op verkeken. Men bleef maar spenderen op basis van de inkomsten uit de twee voormelde sectoren. Niemand bij het regiem Bouterse dacht op dat moment aan een garantiefonds waaruit geput zou kunnen worden, indien er slechtere tijden zouden aanbreken. Planning en goed bestuur waren op dat moment al helemaal zoek met een Hoefdraad als governor op de Centrale Bank van Suriname. Men bleef maar zwaarder uitgeven en mensen bij de overheid aannemen zonder erbij stil te staan, dat de uitgaven op een gegeven moment ten opzichte van de inkomsten, totaal uit balans zouden kunnen geraken. En dat gebeurde ook als we ons niet vergissen reeds in 2013, toen de olieprijs van boven de 100 dollar per barrel kelderde naar 50 dollar per barrel en zelfs op bepaalde momenten, lager uitviel. Ook de goudprijs daalde ineens aanzienlijk en veroorzaakte enorme tekorten binnen de overheidsinkomsten, terwijl de uitgaven door slecht beleid almaar bleven stijgen. Bij de verkiezingen van 2015 werd zes maanden voor de volksraadpleging, ruim 300 miljoen dollar door Hoefdraad aan de handelsbanken ter beschikking gesteld om de wisselkoers voor de dollar kunstmatig op SRD 3.35,- te houden. Het volk moest namelijk zoet gehouden worden en geloven, dat er geen enkel deviezenvraagstuk was, terwijl men binnen de Centrale Bank van Suriname en bij enkele andere instellingen, het voor de verkiezingen reeds duidelijk was, dat zaken totaal uit de hand zouden lopen en de devaluatie van de SRD na de verkiezingen van 25 mei 2015 onvermijdelijk zou zijn. Het assembleelid Abdoel van de NDP, loog het volk nog herhaaldelijk voor en stelde, dat er geen devaluatie zou volgen, terwijl hij wel heel goed op de hoogte moet zijn geweest van wat de gehele gemeenschap te wachten stond. De verkiezingen werden door deze grootschalige volksmisleiding door de NDP gewonnen en toen moest men toch in begin 2016 met de billen bloot. Bouterse kwam in begin 2016 met het onthutsende nieuws, dat er grote financiële problemen waren en dan wel voornamelijk op het deviezenfront. Er zou zelfs sprake zijn van een crisis waarin ons land was beland en de schuld daarvan, zou niet bij de regering gezocht moeten worden, maar bij de economische crisis in het buitenland, die doorwerking had op onze staatshuishouding. Ook toen werd gelijk de schuld gezocht buiten onze grenzen, op een moment dat de economische crisis in het buitenland al helemaal voorbij was. Kort daarop werd de eerste devaluatie van de SRD 3.35,- naar SRD 4.06,- bekendgemaakt. Niet lang daarna ging de wisselkoers van de SRD snel verder omhoog, omdat zijn dekking aanmerkelijk was afgenomen. En omdat ook de gestegen koers niet in de hand kon worden gehouden door het wanbeleid van Hoefdraad, werden de wisselkoersen losgelaten en in handen gesteld van het mechanisme van vraag en aanbod. Op dat moment gaf de Centrale Bank van Suriname aan, dat door de geslonken monetaire reserves, ze niet langer in staat was de koersen te verdedigen, laat staan te dicteren. Dus wat er eigenlijk gebeurd is, is dat door niet-prudent macro-economisch en monetair beleid op de Centrale Bank en het aanhoudend verkwisten van gelden door de kabinetten Bouterse en het ontbreken van een gedegen nationale productie, er grote tekorten ontstonden op de begrotingen vanaf 2016. En op deze tekorten moest natuurlijk een antwoord worden geformuleerd en dat antwoord werd door Hoefdraad gevonden door het sluiten van grootschalige leningen, zowel lokaal als internationaal. Hoefdraad ging de wereld rond om overal geld los te peuteren bij banken en andere financieringsinstellingen en bracht ons steeds verder in de schulden, terwijl hij zelf niet kan aangeven, hoe we uiteindelijk uit deze schuldenberg zullen geraken. Nu reeds wordt er door economisten in Suriname en daarbuiten gesteld, dat we regelrecht afstevenen op een schuldencrisis van enorme omvang. Recentelijk nog werd er weer een lening afgesloten bij Oppenheimer voor 112 miljoen dollar om deBrokopondo Krachtcen-trale te Afobaka in Sur-inaamse handen te kunnen krijgen. Daarvoor werd het waterkrachtwerk als borg ingezet. Dit houdt natuurlijk in dat zolang Oppenheimer zijn geld met rente niet terug heeft, de stuwdam van Oppenhei-mer en niet van Suriname, is. Maar alles wijst erop dat onder het huidige beleid en haar bestendiging, Suriname verder in het financiële moeras waarin het kabinet Bouterse ons heeft doen belanden, zal wegzinken. Gisteren werd de jongste bevinding van het Amerikaanse ratingbureau Fitch bekend. Fitch is niet zomaar een bureautje dat de kredietwaardigheid van een land vaststelt. Fitch presenteert de kredietwaardigheid van zeer grote en financieel sterke westerse staten die over een solide economie beschikken. Als Fitch een oordeel velt, is dat vanuit zijn onafhankelijke, niet-politieke positie en is het bureau dus zeker niet afhankelijk van de politiek en absoluut niet te manipuleren. Er zijn drie bekende ratingbureaus: Fitch, Moody’s en Standard & Poors, die een oordeel over de Surinaamse kredietwaardigheid kunnen uitbrengen. Fitch heeft ons thans afgewaardeerd naar een junk-status, hierdoor wordt het dus enorm moeilijk nog geldzaken in het buitenland voor elkaar te krijgen en dat weet minister Hoefdraad als geen ander. Hij is daarom ziedend over de beoordeling van Fitch en ja hoor, het ratingbureau zou nu de beoordeling hem totaal slecht uitkomt, samenspannen met de Surinaamse politieke oppositie, omdat het bureau vrijwel hetzelfde stelt als hetgeen door onafhankelijke economisten al vele maanden, zo niet jaren, wordt aangehaald, namelijk het slechte macro-economische en monetaire beleid van de regering Bouterse. Hoefdraad weet heel goed dat als Fitch je afwaardeert, de meeste buitenlandse banken en financieringsinstellingen hun neus voor je zullen ophalen op het moment dat je weer een verzoek voor de zoveelste lening doet. Maar ook nu zoekt Hoefdraad de schuld niet bij zichzelf en het gehele kabinet, maar beschuldigt Fitch van een samenzwering met oppositionele krachten. Deze regering doorspekt van figuren uit de jaren tachtig, zullen de schuld van hun bestuurlijk onvermogen nooit binnenshuis zoeken, maar altijd proberen gezichtsverlies af te schuiven op derden. Wat nu gebeurd is door de slechtere beoordeling van Fitch, houdt in dat de problemen voor dit land, de komende tijd aanzienlijker zullen worden. Kijken hoe het electoraat zal reageren op deze slechte tijding en wel op 25 mei aanstaande.