Relyveld liegt DNA voor

Date

SGES gaf nooit goedkeuring voor uitgifte Waterkant

Stephen Fokké, directeur van de Stichting Gebouwd Erfgoed Suriname (SGES), viel gisteravond van schrik bijna van zijn stoel toen hij uit het nieuws vernam, dat de stichting SGES geen bezwaar zou hebben tegen de uitgifte van een deel van de Waterkant, groot 1.1356 ha, dat deel uitmaakt van de Werelderfgoedlijst. Minister Steven Relyveld van Ruimtelijke Ordening, Grond- en Bosbeheer (RGB), zei dat onder meer in zijn verdediging toen de oppositie tijdens de begrotingsbehandeling de regering met vragen om de oren sloeg over de dubieuze uitgifte van een stuk land en een deel van de Surinamerivier aan de privéonderneming Cactus N.V. Ook de bewering van de minister, dat de regering geenszins van plan is met SRD 15 miljoen uit de Surinaams – Venezolaans Petro Caribe Deal in te komen bij de uitvoering van het project aan de Waterkant, blijkt, getuige documenten die in het bezit zijn van De West, ver van de waarheid te zijn.

SGES ONGELUKKIG

Niemand zo ongelukkig als de SGES. “De stichting is nooit gekend, laat staan dat er ons om advies is gevraagd. Sterker nog …, we hebben nooit een verklaring van ‘geen bezwaar’ afgegeven”, aldus Fokké tegenover De West in een felle reactie op de uitlatingen van Relyveld. Toen de krant hem onlangs met de uitgifte confronteerde, was Fokké nogal gereserveerd. Hij onthield zich toen van elk commentaar over de besluiten van “hogerhand”. Maar nadat er gisteren onwaarheden naar buiten zijn gebracht in De Nationale Assemblée (DNA), kon het hem nog maar weinig schelen.
Nadat hij gisteravond geconfronteerd was met de uitlating van Relyveld op de nieuwssite van Starnieuws, besloot Fokké dat de SGES de verantwoordelijkheid moest nemen, en dat de gemeenschap breedvoerig moest worden ingelicht. Op de Facebookpagina van de stichting, publiceerde hij de volgende boodschap: “Met grote verbazing heeft de Stichting Gebouwd Erfgoed Suriname (SGES) kennisgenomen van een bericht op Starnieuws, als zou de Dienst Monumentenzorg geen bezwaren hebben gehad tegen de gronduitgifte van een deel van de Waterkant aan Cactus N.V.

SGES wenst kenbaar te maken, dat zij als monumentenzorg instantie nimmer vooraf, dan wel achteraf, is gekend over de gronduitgifte aan Cactus N.V. en derhalve nimmer een advies van “geen bezwaar” heeft uitgebracht. Graag nodigen wij de bevoegde instanties uit om aan te tonen, dat op de beschikking aan Cactus N.V. vermeld staat: “Gehoord: de Dienst Monumentenzorg, dan wel SGES”. Als beheerder van de UNESCO Werelderfgoedsite, kan SGES nooit een voorstander zijn van een dergelijke gronduitgifte.
Fokké vindt dat de SGES een streng beleid voert en dat de stichting een bepaalde reputatie heeft opgebouwd die niet te grabbel mag worden gegooid. Het behoeft geen twijfel dat de stuurman van de SGES in een moeilijk parket is gemanoevreerd als gevolg van de beweringen van de minister. Relyveld beweert dat hij heeft afgestemd met zijn collega Ashwin Adhin van Onderwijs en Volksontwikkeling (MINOV), aangezien de Monumentenzorg (SGES) daaronder resorteert. Die instantie zou, volgens hem, geen bezwaar hebben. Relyveld had daarmee gecounterd, toen aan de regering werd gevraagd waarom er geen advies is ingewonnen bij het Gebouwd Erfgoed, en de ministeries van Financiën, en Handel en Industrie. De minister vond, behalve algemene steun bij de coaltie, uitdrukkelijke support van partijgenoot André Misiekaba (MC/NDP). Die vond dat Relyveld afdoende had geantwoord op de vragen van de oppositie en dat hij bovendien de insinuaties, als zou er grond tot aan de Heiligenweg en de Keizerstraat zijn uitgegeven, volledig had ontzenuwd.

Figuur 1.
Figuur 1.

De West heeft echter de hand weten te leggen op dossiers, inhoudende talrijke documenten die zowel de beweringen van Relyveld als Misiekaba logenstraffen. Een uittreksel van het hypotheekkantoor (zie figuur 1) en een door de Dienst der Domeinen goedgekeurde landmeterskaart (figuur 2) laten zien, dat Misiekaba of te weinig weet over de onderhavige kwestie, of bewust onwaarheid verkondigt.

waterkant landmeter kaart
Figuur 2.

 

Verschillende documenten bevestigen, dat de regering inderdaad het voornemen heeft om SRD 15 miljoen (althans SRD 15.330.000) te investeren in de infrastructuur van het gebied dat is uitgegeven aan Cactus N.V.. Dat staat ook al in contrast met de bewering van Relyveld, als zou “het verhaal volledig uit de duim zijn gezogen”.

Hoewel het bedrag expliciet wordt genoemd en in relatie wordt gebracht op de concept-begroting van zijn collega Rabin Parmessar van Openbare Werken (OW), heeft die noch tijdens, noch na de vergadering, de zaak verduidelijkt. Temidden van speculaties over corruptieschandelen bij de overheid, waaronder in deze kwestie, heeft Parmessar een publieke uitdaging gedaan aan een ieder die hem verdenkt, om dat ook te bewijzen. Het is overigens niet de eerste keer dat de minister van OW een dergelijke uitdaging lanceert.

CONSEQUENTIES WERELDERFGOED

Fokké brengt in herinnering dat Suriname in 2013 een gele kaart heeft ontvangen van de Unesco. De historische binnenstad van Paramaribo dreigde toen te verdwijnen van de Unesco-lijst voor werelderfgoed. De Surinaamse hoofdstad staat sinds 2002 op de Werelderfgoedlijst, mede vanwege de vele oude houten gebouwen, waarvan sommige honderden jaren oud zijn.
De adviescommissie van de Unesco, had toen onder meer kritiek op het feit dat de regering het Onafhankelijkheidsplein had ontwricht zonder overleg met de organisatie. Als gevolg van de herinrichting van het plein, was er sprake van “een onherstelbaar proces van instorting en grote veranderingen”. Fokké had toen al geklaagd: “De overheid heeft geen oog voor monumenten. Andere belangen gaan voor en naar onze waarschuwingen is nooit geluisterd. “Iedereen bouwt maar raak en er wordt niet tegen opgetreden. De overheid heeft ook geen monumentenbeleid. Dat moet echt veranderen.”

waterkant begroting
Figuur 3: Bladzijde 57, concept-begroting ministerie van Openbare Werken, 2015.Hieruit valt af te leiden dat inderdaad iets meer dan SRD 15 miljoen is gepland voor het omstreden project. Ministerie Relyveld zei gisteren dat van die raming niets klopt en dat er sprake was van een uit de duim gezogen verhaal.

Suriname kreeg toen de gelegenheid om zich te herstellen, althans om de eerder gemaakte fouten in het monumentenbeleid niet meer te maken. Nu vreest Fokké dat het land even ver is teruggevallen. “Maar, we hoeven niet eens moeilijk te doen”, zegt hij “als de regering niet meer wil dat Suriname zich als land committeert aan de werelderfgoedconventie, dan moet de regering dat schriftelijk kenbaar maken aan de Unesco, dan vallen ze ons ook niet meer lastig, en dan kan de regering alles doen wat ze maar wil”, aldus Fokké.

More
articles