President Caribisch Hof van Justitie bezoekt Suriname

De president van het Caribisch Hof van Justitie (CCJ), mr. Justice Winston Anderson, brengt van 2 tot en met 5 november 2025, een officieel bezoek aan Suriname. Het bezoek staat in het teken van de afronding van de Referral Training Session dat in samenwerking met de Orde van Advocaten van Suriname wordt georganiseerd.

Tijdens zijn verblijf zal president Anderson ook een reeks beleefdheidsbezoeken afleggen, Onder anderen bij de minister van Justitie en Politie, Harish Monorath, de president van het Hof van Justitie, Iwan Rasoelbaks, en decaan van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Anton de Kom Universiteit van Suriname, Rinnette Djokarto.

Als onderdeel van deze bijeenkomsten, zal Anderson een exemplaar van de CCJ Original Jurisdiction Rules 2024 recent vertaald in het Nederlands, overhandigen aan de minister van Justitie en Politie. Met dit symbolisch gebaar onderstreept het Hof zijn voortdurende inzet om de samenwerking met de Surinaamse rechterlijke macht en de bredere juridische gemeenschap verder te versterken binnen het kader van de oorspronkelijke rechtsbevoegdheid van de CCJ.

Over het Caribisch Hof van Justitie

Het Caribisch Hof van Justitie (CCJ) werd op 16 april 2005 officieel ingewijd in Port of Spain, in de Republiek Trinidad en Tobago, en bestaat momenteel uit zeven rechters, onder voorzitterschap van de honourable Justice Winston Anderson, de president van het Hof.

De CCJ heeft zowel een oorspronkelijke (Original) als een hoger beroepsbevoegdheid (Appellate Jurisdiction), en functioneert dus feitelijk als twee rechtbanken in één.

In zijn oorspronkelijke bevoegdheid fungeert het Hof als een internationaal gerechtshof met exclusieve jurisdictie om de regels van het Herziene Verdrag van Chaguaramas (RTC) te interpreteren en toe te passen, en om geschillen te beslechten die daaruit voortvloeien.

Het RTC richtte de Caribische Gemeenschap (CARICOM) en de CARICOM Single Market and Economy (CSME) op.

Binnen deze bevoegdheid speelt de CCJ een cruciale rol voor de CSME, en alle twaalf lidstaten die deel uitmaken van de CSME (inclusief hun burgers, bedrijven en overheden) hebben toegang tot de oorspronkelijke jurisdictie van het Hof om hun rechten krachtens het RTC te beschermen.

In haar hoger beroepsbevoegdheid fungeert de CCJ als het hoogste hof van beroep voor straf- en civiele zaken in die Caribische landen die hun nationale grondwetten hebben aangepast om de CCJ die rol te laten vervullen.

More
articles