President Jennifer Simons kondigde deze week aan, dat zij een deel van haar salaris persoonlijk zal investeren in een fonds voor maatschappelijke projecten. Op papier is het een klein gebaar, financieel gezien nauwelijks een druppel op de gloeiende plaat van Surinames structurele uitdagingen.
Toch verdient het aandacht, en misschien zelfs navolging. Simons lijkt met deze stap iets te willen zeggen of doorbreken dat Suriname al te lang verlamt: het gevoel dat verandering altijd van bovenaf moet komen. “Zonder de burgers en bedrijven van Suriname gaan we het niet redden”, zei ze. Daarmee raakt ze een kernwaarheid. Ontwikkeling is geen eenrichtingsverkeer van regering naar volk, maar een wederzijdse verantwoordelijkheid.
Dat ze juist maatschappelijke projecten wil steunen, denk aan broodinitiatieven voor kinderen, vakantiebanen en steun voor studenten is veelzeggend.
Het zijn de plekken waar armoede, ongelijkheid en uitzichtloosheid zich het hardst doen gevoelen, maar die doorgaans het minst profiteren van grootse economische plannen.
Symboliek lost geen begrotingstekort op. ‘’Wij hebben een stevig nieuw budget nodig, betere belastinginning en meer inkomsten uit de goudsector’’, aldus Simons. Ook het terugdringen van de schuldenlast is cruciaal.
Haar eigen bijdrage zal die reusachtige opgaven c.q. schulden, niet noemenswaardig verkleinen. Maar symboliek kan wel richting geven zeker als andere politici, ondernemers en burgers, dat voorbeeld volgen.
Belangrijker nog is dat Simons het publieke vertrouwen probeert te herstellen door te zeggen: ‘’Ik vraag offers van jullie, maar ik lever zelf ook in.’’ In een politiek klimaat dat vaak getekend is door wantrouwen en cynisme, is dat op zichzelf al verfrissend. De komende jaren, tot de olie-industrie echt van de grond komt, zijn cruciaal. Suriname heeft inderdaad geen tijd meer voor verlammende negativiteit, zoals de president stelt.
Maar wat het land vooral nodig heeft, is dat meer mensen in de politiek en daarbuiten, de moed kunnen opbrengen om verantwoordelijkheid te nemen, en niet te wachten tot ‘de overheid’ het allemaal oplost. Het gebaar van Simons is bescheiden, misschien zelfs vooral symbolisch. Maar juist symbolen kunnen het begin zijn van echte verandering.


