Schoon drinkwater blijft voor duizenden Surinamers eerder een luxe dan een recht. Terwijl de Verenigde Naties al vijftien jaar geleden hebben bepaald dat toegang tot veilig drinkwater een mensenrecht is, kampen bewoners in stad, district en binnenland dagelijks met uitval, vervuild kraanwater en torenhoge kosten voor de aanschaf van water.
Tijdens droge seizoenen neemt de nood alleen maar toe. Rivieren vallen deels droog, leidingen verliezen druk en veel gezinnen zijn gedwongen ’s nachts water op te vangen, om overdag te kunnen koken, wassen of naar het toilet te gaan. Voor velen betekent dit een zware financiële en sociale last.
De Surinaamsche Waterleiding Maatschappij (SWM) erkent, dat de situatie ernstig is. Klimaatverandering, verouderde infrastructuur en gebrek aan financiering voor materiaal en materieel maken de watervoorziening steeds moeilijker. “Het op peil houden van de dagelijkse levering is een blijvende uitdaging”, aldus de leiding van SWM.
In verschillende buurten vertellen bewoners, hoe zwaar en ongeriefelijk de situatie is. “We moeten emmers vullen als er midden in de nacht wat water uit de kraan komt, anders hebben we de volgende dag niets”, zegt een bewoner van Paramaribo-Noord. Een moeder uit Para zegt: “Mijn kinderen kunnen zich soms dagen niet douchen. Met de hitte is dat onmenselijk.”
Volgens bewoners wordt vooral de combinatie van uitval en hitte ondraaglijk. Niet kunnen douchen of zich verfrissen, is voor velen een ramp. Daarmee blijft de kloof tussen het erkende mensenrecht en de werkelijkheid in Suriname, pijnlijk zichtbaar.


