DNA-leden: ‘Cryptosector vraagt om sterkere controle’

De Nationale Assemblée (DNA) maakt zich zorgen over de manier waarop toezicht op de snelgroeiende cryptosector in Suriname wordt georganiseerd. Tijdens de behandeling van de Wet Toezicht Virtuele Activa Dienstverleners werd duidelijk dat parlementariërs twijfels hebben over de deskundigheid, capaciteit en wettelijke mogelijkheden om aanbieders van cryptodiensten, effectief te controleren.

Volgens Rabin Parmessar (NDP), voorzitter van de commissie van rapporteurs, moet de Centrale Bank van Suriname (CBvS) snel duidelijkheid geven over de voorwaarden waaraan cryptodienstverleners moeten voldoen. Het gaat onder meer om vergunningen, kapitaaleisen, rapportageverplichtingen, technische standaarden, beveiliging en de kosten van toezicht. Parmassar vindt daarnaast dat bedrijven voldoende tijd moeten krijgen om zich aan de nieuwe regelgeving aan te passen.

NPS-fractieleider Jerrel Pawiroredjo waarschuwde voor het gebrek aan gespecialiseerde kennis. Toezicht op digitale valuta vereist volgens hem expertise op het gebied van blockchaintechnologie, cybersecurity, transacties en blockchainanalyse. Niet alleen de overheid en de CBvS, maar ook de Belastingdienst zou daarom over voldoende deskundigheid moeten beschikken. Suriname heeft volgens hem slechts een beperkte groep specialisten, terwijl het aantrekken en behouden van deze mensen, financiële middelen zal vergen.

Marciano Dasai (VHP) wees tijdens de behandeling op een mogelijke tekortkoming in de strafbepalingen van de wet. Hoewel het aanbieden van cryptodiensten zonder vergunning wordt verboden, zou deze overtreding volgens hem, niet duidelijk als strafbaar feit zijn opgenomen. Dat kan volgens Dasai de handhaving bemoeilijken en de effectiviteit van de nieuwe wet onder druk zetten. Ook het aantal geregistreerde cryptodienstverleners leidt tot vragen.

Tashana Lösche (NDP) stelde dat tot nu toe ongeveer tien aanbieders zich hebben geregistreerd, terwijl vermoedelijk meer partijen actief zijn. ‘’Hoe gaat de regering aanbieders die zich nog niet hebben aangemeld, alsnog onder toezicht brengen?’’, vroeg zij.

Volgens Lösche is haast geboden, omdat de registratieperiode al geruime tijd loopt. Nieuwe regels hebben volgens haar weinig effect als een deel van de sector buiten het toezicht blijft.

Raymond Sapoen (NDP) vindt dat de controle verder moet gaan dan alleen het registreren van aanbieders. Hij pleit voor voortdurende monitoring van transacties en een stevige controle op de identiteit van klanten. Ook cliëntenonderzoek, zowel regulier als verscherpt, moet volgens hem een duidelijke plaats krijgen binnen de wetgeving.

Asiskoemar Gajadien (VHP), eveneens lid van de commissie van rapporteurs, benadrukte het belang van consumentenbescherming. Hij vindt dat regels voor vermogensscheiding en algemene normen voor de bescherming van klanten, rechtstreeks in de wet moeten worden vastgelegd.

More
articles