JEUGDCRIMINALITEIT MOET BESTREDEN WORDEN

Steeds vaker horen we berichten over jongeren die betrokken zijn bij berovingen, geweld en andere strafbare feiten. Jeugdwerkers hebben opnieuw aan de bel getrokken over de ontwikkeling van de jeugdcriminaliteit. Vooral op scholen, zouden jongeren steeds vaker te maken krijgen met leeftijdgenoten die betrokken zijn bij strafbare feiten.

En wat is meestal onze eerste reactie? Strenger optreden, harder straffen of zwaardere maatregelen?  Natuurlijk moet een jongere die een strafbaar feit pleegt, daarvoor verantwoordelijk worden gehouden. Maar als we denken dat harder straffen alleen het probleem gaat oplossen, houden we ons voor de gek.

De vraag die we veel te weinig stellen, is waarom komt een jongere überhaupt zover? Wat gebeurt er thuis?

Hoe gaat het op school? Wie houdt toezicht? Met wie trekt die persoon op? En misschien nog belangrijker, heeft die jeugdige eigenlijk iets om naar uit te kijken? Want een jongeling die op school uitvalt, thuis weinig begeleiding krijgt en vervolgens op straat aansluiting vindt bij verkeerde vrienden, verdwijnt niet zomaar uit beeld. Als niemand ingrijpt, wordt het probleem alleen maar groter.

Dat betekent niet dat we jongeren moeten vrijpleiten. Integendeel. Wie een ander berooft, bedreigt of mishandelt, moet weten dat daar gevolgen aan verbonden zijn. Maar verantwoordelijkheid begint niet pas op het moment dat de politie iemand aanhoudt. Daar ligt ook een verantwoordelijkheid bij ouders, scholen en de samenleving.

Het valt op, dat we vaak pas wakker worden, wanneer het misgaat. Er is een ernstig incident, iedereen is boos, er komen oproepen voor strengere straffen en er wordt gezegd dat er iets moet gebeuren. Daarna ebt de aandacht langzaam weg en gaan we weer over tot de orde van de dag. Tot het volgende incident.

Zo blijven we achter de feiten aanlopen. Als we jeugdcriminaliteit echt willen aanpakken, moeten we veel eerder beginnen. Op school bijvoorbeeld. Bij jongeren die dreigen uit te vallen.

Bij gezinnen waar de problemen zich opstapelen. Bij jongeren die geen perspectief zien en hun toekomst vooral op straat zoeken.

Daarbij zijn niet alleen politie en justitie nodig. Ook ouders, leerkrachten, jeugdwerkers, sportverenigingen en de overheid hebben een rol.

Een jeudige moet niet alleen horen wat hij niet mag doen, hij moet ook iets hebben om voor te kiezen, bijvoorbeeld een opleiding, een sport of een baan. Een plek waar iemand naar hem luistert. Iets waarin hij goed kan zijn.

En vooral het gevoel dat er voor hem, een toekomst is. We kunnen blijven praten over strengere straffen, maar daarmee pakken we vooral het einde van het probleem aan. Als we echt iets willen veranderen, moeten we kijken naar wat eraan voorafgaat.

More
articles