Met de ratificatie van het protocol van de Verenigde Naties tegen de doodstraf, is dat botte en bloederige instrument nu definitief ten grave gedragen. Het is ongeveer een eeuw geleden sinds de straf voor het laatst uitgevoerd werd hier te lande. De dode letter werd een fatale verwonding toegebracht in 2015 en een paar jaar geleden, formeel afgeschaft. Maar nu hebben wij de doodstraf dus in het bijzijn van de wereldgemeenschap diep begraven en kunnen de schamel aanwezige assembleeleden elkaar wat veren in de achterkant steken uit liberale, humanitaire en kosmopolitische trots.
Ondertussen leven wij onder veiligheidsomstandigheden waarbij buitenlandse drugselites vrijelijk ons Huis van Bewaring uitwandelen, kwik uit politiebeslag verdwijnt en sommige van de verantwoordelijke justitieautoriteiten het een gezellig idee vinden om in het volle, naakte zicht van sociale media een glaasje te heffen met mensenhandelaren tijdens het WK-voetbal.
En wat krijgen we terug voor al dat gematigde, salonsocialistische wereldburgerschap? Helemaal niets. Wij leven niet in de veronderstelling dat onze opvatting dat huisgenoten die minderjarigen meervoudig verkracht hebben, het ook daadwerkelijk met de dood zullen bekopen. Evenmin denken wij dat de figuren die horeca-imperia uit de grond stampen, en met privélegertjes rondrijden en functionarissen uit de gehele linie van de trias politica in hun casino’s ongegeneerd met de rode loper verwelkomen, wakker liggen bij de gedachte aan een straf zwaarder dan vrijheidsbeneming. Die tijden zijn wij, redelijkerwijs, al ver voorbij.
Maar het is wel goed om mee te nemen dat sinds mensenheugenis – of in ieder geval de levende herinnering van iedereen in de Surinaamse rechtspraak – er ook al geen levenslange gevangenisstraf meer is uitgesproken.
Zelfs iemand die veroordeeld wordt voor meervoudige moord – van niet de minsten – kan Santo Boma binnenrijden wanneer Messi Lamine Yamal in bad stopt, en weer een vrij man zijn tegen de tijd dat Yamal de beker heft en op het veld in gebed neerknielt.
De doodstraf, als actieve straf of als dode letter, zei drie dingen tegen criminelen. Er is ten eerste iets waar zelfs jij, in al je pracht, praal en vruchten van de misdaad, niet aan kan ontkomen als je door blijft gaan met wat je doet. Er is ten tweede een middel dat jou, zelfs in het geval van ruimschootse gratie en kortingen, alsnog oud zal laten worden achter slot en grendel. En er is ten derde altijd het oordeel dat onze rechters namens ons kunnen vellen: dat wij, door jouw daden, jou het leven onwaardig achten.
Zelfs de meest abolitionistisch ingestelde, zachtgekookte eitjes moeten gevoelsmatig wel naar die drie beloften smachten, wanneer hun onderneminkje aan de grond geholpen wordt, omdat een witwashertog besloot te gaan concurreren en hen de grond in boort, wanneer ze tijdens een visserstripje aan de kant getrokken worden en met een jachtgeweer in hun nek hun bezittingen ontnomen worden, of als perverse, zieke geesten zich aan de onschuld van hun kind te goed doen.
De doodstraf is het instrument waar ieder heilig geschrift bol van staat, en nog steeds gebruikt wordt in landen met een totalitair regiem. Laten wij koesteren dat we in een democratie leven.


