GRONDCONVERSIES GEEN REDEN TOT PANIEK

Minister Soeropawiro van Grondzaken en Bosbeheer, vond het begin juni nodig om de grondconversie, zoals toegepast tijdens de regering Santokhi, onder vuur te nemen tijdens de persconferentie behorende bij de vergadering van de Raad van Ministers. De PL kan alle afleiding voor de strafrechtelijke perikelen van haar fractievoorzitter gebruiken en de uitspraken hebben de nodige controverse opgeroepen. In plaats van de beginselen van rechtszekerheid en vertrouwen voorop te stellen, bleef de minister vaag bij vragen over het onderwerp, die constructief, positief geformuleerd en onderbouwd aan hem gepresenteerd werden. Sam Blankendal bracht bij zijn vraagstelling de door president Simons aangekondigde evaluatie in herinnering, maar de minister begon over het teruggeven van gelden en over het niet kunnen vervreemden van grond volgens de grondwet.

De uitspraken getuigen van een zorgelijk onbegrip van de grondwettelijke bepaling, die niet gaat over het civielrechtelijk vervreemden van percelen, maar over het grondgebied van Suriname en over de souvereiniteitsrechten ten opzichte van, in het bijzonder, andere landen. Die bepaling is bedoeld om constructies, zoals de beroemde ‘Louisiana Purchase’ van 1803, waarbij de Verenigde Staten grondgebied aankochten van Frankrijk, te blokkeren. Een vergissing die de minister met helder denken eenvoudig had kunnen vermijden. Als eigendomsgrond als titel bestaat en alle perceellanden als oorsprong een vorm van uitgifte van de staat kennen, in de gehele geschiedenis van Suriname, moet toch ergens een oorsprong van ofwel eigendomsuitgifte, ofwel conversie van een andere titel naar eigendom plaatsgehad hebben met de Staat Suriname als betrokken partij?

De uitspraken zijn geen reden voor paniek of voor onzekerheid. Deskundigen zoals Carlo Jadnansing, oud-notaris, oud-advocaat, oud-docent en actief auteur over het onderwerp, met tientallen artikelen, duizenden akten en meer dan vier eigen literaire werken, hebben verstandige juridische en historische context geboden en de markt deels weten te kalmeren. Van terugdraaien van uitgegeven conversies zal geen sprake zijn. Echter, er zijn tal van gedupeerden die zowel aanvraag, bescheiden als betaling hadden afgehandeld, toen het beleid op dit onderdeel wijzigde. Schadevergoeding is niet te verwachten, omdat de Surinaamse rechter spaarzaam en gematigd is over het erkennen van onderscheid in economische waarde tussen de diverse zakenrechtelijke titels en aanspraken op grond. Maar het geschonden vertrouwen heeft een immateriële zijde, waarvoor de verantwoordelijke politici op lange termijn, in een democratie, een politieke prijs zouden moeten betalen.

Tot slot, is naar schatting een half miljard SRD opgehaald aan middelen met het grondconversiebeleid. Middelen waarvan de minister de indruk wekt, die terug te laten betalen door de staat Suriname. De minister rekent zich echter onterecht rijk. Met een totale begroting van SRD 128 miljoen voor 2026 zou zijn ministerie nog geen kwart van die rekening kunnen betalen.

Weinig is zo goedkoop politiek scoren als achterom kijken, met de vinger wijzen en zich verschuilen achter de rokken van de president. Zeker in een kabinet dat qua volkshuisvesting op een vijfde van de rit op nul sleutelklare woningen staat. Maar qua grondconversies is er voor de belanghebbenden, ondanks paniekzaaierij vanuit een instituut dat beter moet weten, geen reden.

More
articles