Artur Nunes da Silva, Country General Manager van TotalEnergies Suriname, heeft tijdens de Suriname Energy, Oil and Gas Summit (SEOGS), een uitgebreid overzicht gegeven van de voortgang rond het GranMorgu-project in offshore Blok 52, dat wordt ontwikkeld door onder meer Petronas en partners. Volgens Nunes da Silva, gaat het om een grootschalige en technisch complexe ontwikkeling die in meerdere fasen wordt uitgevoerd. Het project omvat een reservoirontwikkeling, subsea-infrastructuur en een Floating Production, Storage and Offloading unit (FPSO), die uiteindelijk het zichtbare hart van de operatie zal vormen.
Nunes da Silva benadrukte dat de totale ontwikkeling niet alleen uit de FPSO bestaat, maar uit een breed systeem van infrastructuur. Daarbij gaat het onder meer om ongeveer 24 putten, circa 200 kilometer aan pijpleidingen en duizenden dagen aan operationele activiteiten. De omstandigheden op zee op grote waterdiepte maken de uitvoering volgens, hem bijzonder uitdagend. “Het is geen klein project. We spreken over een ontwikkeling die wereldwijd is verspreid, met werkzaamheden in onder meer China, Spanje, Italië, Brazilië en andere landen”, aldus Nunes da Silva tijdens zijn presentatie op de SEOGS.
De totale investering is inmiddels opgelopen tot ongeveer 3 miljard dollar. Volgens hem is al een aanzienlijk deel van het project uitgevoerd en bevindt het zich op dit moment rond 30 procent voortgang in de zichtbare fase van de ontwikkeling. Het project wordt daarmee stap voor stap verder opgebouwd richting productie.
In Suriname zelf zijn volgens de topfunctionaris, al belangrijke voorbereidende werkzaamheden uitgevoerd. Zo zijn onder meer funderingen en systemen voor de subsea-installaties geplaatst en is de logistieke basis grotendeels gereed. De eerste grote installaties en componenten zullen vanaf november in het land arriveren, waarna de installatie op zee verder zal worden uitgerold.
De FPSO en bijbehorende systemen worden momenteel in verschillende landen gebouwd en getest, waarna ze gefaseerd naar Suriname zullen worden verscheept. Nunes da Silva zei dat de complexe logistiek en integratie van systemen, cruciaal zijn voor het succes van het project.
Naast de technische kant ging hij ook in op de economische en sociale impact. Hij stelde dat er al honderden miljoenen dollars in lokale contracten en voorbereidingen zijn geïnvesteerd, nog vóór de start van de olieproductie. Ook wordt gewerkt met lokale bedrijven en logistieke partners, waaronder een publieke haveninfrastructuur die speciaal wordt ingezet voor het project.
Nunes da Silva wees daarnaast op de ontwikkeling van local content. Zo worden Surinaamse ingenieurs en technici opgeleid en internationaal ingezet om ervaring op te doen in onder meer Brazilië en Angola. Opvallend is volgens hem, de groeiende rol van vrouwen in technische functies binnen het project.
“Het gaat niet alleen om olieproductie, maar ook om kennisopbouw, werkgelegenheid en een lange termijn ontwikkeling voor Suriname”, stelde hij. Volgens Nunes da Silva kan het project een productieperiode van twintig jaar of langer ondersteunen, met mogelijke verdere uitbreiding, indien extra reserves worden bevestigd.
De verwachting is dat het project in de komende jaren verder opschuift naar de uitvoerings- en productiefase, met de eerste olieproductie in het vooruitzicht zodra de installaties volledig operationeel zijn. Hij besloot met de oproep om het project te zien als een gezamenlijke ontwikkeling, waarbij zowel internationale partners als Suriname, zelf profiteren van investeringen, werkgelegenheid en economische groei.
-door Gladys Findlay-

