Regering wil in 2030 overal drinkwater en 1×24 uur stroom

De minister van Natuurlijke Hulpbronnen, David Abiamofo, zei gisteren voor aanvang van de vergadering van de Raad van Ministers, dat de regering vasthoudt aan de doelstelling om uiterlijk in 2030, alle Surinamers toegang te geven tot schoon drinkwater en 1×24 uur elektriciteit. Volgens de bewindsman worden de projecten die tijdens de vorige regeerperiode zijn ingezet, voortgezet en verder uitgebreid, met bijzondere aandacht voor de afgelegen dorpen in het binnenland.

Een belangrijk onderdeel van de plannen is de start van het project Bayou Suite, dat in samenwerking met de Inter-American Development Bank (IDB) is ontwikkeld.

Abiamofo legde uit dat het project zich richt op het verbeteren van de leefomstandigheden in afgelegen gemeenschappen door niet alleen drinkwater en elektriciteit aan te leggen, maar ook telecommunicatie-voorzieningen te realiseren. Daarnaast wordt ingezet op duurzame economische activiteiten om de ontwikkeling van het binnenland te stimuleren. Volgens Abiamofo zijn basisvoorzieningen alleen, niet voldoende. Hij benadrukte dat duurzame werkgelegenheid en ondernemerschap noodzakelijk zijn om de sociaaleconomische ontwikkeling van het binnenland blijvend te versterken. “Als er geen alternatieven zijn voor duurzame inkomens-generering, blijft het een probleem”, stelde de minister.

De kick-off van het project omvat onder meer de dorpen Amotopo, Coeroeni, Kwamalasamutu, Sipaliwini Sabana, Alalapadu, Kawemhakan, Apetina, Tepu en Palumeu. Ook het Matawai-gebied is in het programma opgenomen. Volgens Abiamofo zullen ook de Matawai-dorpen profiteren van de uitbreiding van de elektriciteitsvoorziening. De minister wees erop dat de bereikbaarheid van de afgelegen dorpen een grote uitdaging vormt. De maandelijkse aanvoer van brandstof is kostbaar en logistiek ingewikkeld. Zo kost het volgens hem meer dan 3.000 Amerikaanse dollar om vijf vaten brandstof naar Kwamalasamutu te laten overvliegen. Daarom zet het ministerie nadrukkelijk in op hernieuwbare energie, waardoor de afhankelijkheid van brandstoftransport moet afnemen.

Naast de uitbreiding van de voorzieningen, vroeg Abiamofo aandacht voor de financiële positie van de nutsbedrijven. Volgens hem moeten bedrijven als de Energie Bedrijven Suriname (EBS) en de Surinaamsche Waterleiding Maatschappij (SWM) minimaal kostendekkend kunnen opereren om de kwaliteit van hun dienstverlening te waarborgen.

De bewindsman verwees naar de situatie bij de SWM in 2020. De kostprijs van een kubieke meter drinkwater bedroeg destijds ongeveer SRD 18,76, terwijl consumenten minder dan SRD 2 betaalden. Volgens de minister kan niet worden verwacht dat nutsbedrijven hoogwaardige dienstverlening blijven leveren, wanneer zij structureel onder de kostprijs moeten werken. ‘’Indien we dat politiek besluit niet kunnen nemen om de nutsbedrijven op cost recovery te draaien, dan zal het altijd een uitdaging blijven om die voorzieningen optimaal te kunnen hebben.’’

Abiamofo erkende dat de overheid ervoor kan kiezen tarieven te subsidiëren, maar benadrukte dat die subsidies dan wel tijdig moeten worden uitbetaald. Als de middelen uitblijven, beschikken de nutsbedrijven volgens hem, niet over voldoende financiële ruimte om noodzakelijke investeringen te doen. “Geen enkel bedrijf heeft een toverstok om zonder voldoende middelen, de noodzakelijke investeringen te plegen”, aldus de minister.

More
articles