Discussie in DNA over intrekking hoger beroep rond Van ’t Hogerhuysstraat

Gedurende de behandeling van de begroting 2026 in De Nationale Assemblee (DNA) is gisteren een discussie ontketend over de gevolgen van de intrekking van een hogerberoepsprocedure rond de kwestie Van ’t Hogerhuysstraat.

VHP-parlementariër Cedric van Samson stelde, dat er destijds vanwege de staat een rechtszaak liep tegen een vonnis van Baitali. Volgens hem was het doel van die procedure, vernietiging van het vonnis te verkrijgen, waardoor de overheid mogelijk verder had kunnen gaan met de herasfaltering van de weg. Van Samson voerde aan, dat een waarnemend minister ervoor heeft gekozen het hoger beroep, in te trekken. Volgens hem heeft die beslissing gevolgen gehad voor de verdere afhandeling van het dossier.

Hij stelde dat beleidsmakers verantwoordelijkheid moeten nemen voor de keuzes die zij maken en de gevolgen daarvan.

Daarnaast wees hij op de problemen die weggebruikers dagelijks ondervinden door de slechte staat van de weg.

Volgens Van Samson moet duidelijk worden erkend, welke besluiten in het verleden zijn genomen en welke invloed die hebben gehad op de huidige situatie.

Naar aanleiding van deze opmerkingen reageerde de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Arbeid, André Misiekaba. Hij herinnerde eraan, dat hij bij de aanvang van de regering, tijdelijk belast was met de verantwoordelijkheid voor Openbare Werken.

Volgens hem trof de huidige regering de problemen rond de Van ’t Hogerhuysstraat reeds aan bij haar aantreden.

Misiekaba verklaarde dat hij destijds gesprekken heeft gevoerd met verschillende betrokken partijen, waaronder Baitali. Op basis van de inzichten die op dat moment beschikbaar waren, werd besloten het hoger beroep in te trekken.

Hij verwierp daarbij de suggestie dat vooraf bekend zou zijn geweest, wat de uitkomst van het hoger beroep zou worden. Volgens hem kon niemand voorspellen, hoe de rechter uiteindelijk zou oordelen, omdat de rechterlijke macht onafhankelijk is.

Stephen Tsang, minister van Openbare Werken, zei eerder in de vergadering van de Raad van Ministers dat hij, op basis van de informatie die destijds beschikbaar was, mogelijk dezelfde beslissing zou hebben genomen, het hoger beroep in te trekken. Volgens hem bestond toen de verwachting dat via overleg met de betrokken partijen, sneller tot een oplossing kon worden gekomen.

Misiekaba deelde verder mee dat er nog steeds overleg plaatsvindt met de betrokkenen. Daarnaast maakte hij bekend dat er een kort geding loopt en dat de rechter een comparitie van partijen heeft gelast. Die zitting staat volgens hem gepland voor morgen. Tsang zei daarbij persoonlijk aanwezig te zullen zijn en sprak de hoop uit dat er spoedig een oplossing komt voor het dossier rond de Van ’t Hoger-huysstraat.

More
articles