Al sinds 2023, liggen er plannen op tafel van de Surinaamse overheid om opnieuw voorbereidingen te treffen voor de berging van de Goslar en de resterende brokstukken uit de Surinamerivier. Bedrijven werden toen opgeroepen, zich te registreren voor de voorkwalificatie van de complexe bergingsoperatie van het Duitse vrachtschip. Daarbij werden strenge veiligheids- en milieueisen gesteld. Toch is van concrete uitvoering tot op heden weinig terechtgekomen. De Goslar ligt er nog steeds, als een stille en roestige getuige van de Tweede Wereldoorlog in Suriname. Het schip werd precies 86 jaar geleden, op 10 mei 1940, door de eigen Duitse bemanning tot zinken gebracht en is sindsdien een vast onderdeel van het rivierbeeld bij Paramaribo. Door de jaren heen zijn verschillende technische en wetenschappelijke studies uitgevoerd om de haalbaarheid van berging te onderzoeken, niet alleen vanwege de historische waarde, maar ook omdat het wrak na decennia van corrosie en verwering langzaam desintegreert en mogelijk risico’s vormt voor het milieu en de scheepvaart.
In de jaren vijftig werd al een eerste poging gedaan om het schip te lichten, maar die mislukte volledig, waarna de Goslar in tweeën brak en uiteindelijk werd achtergelaten op een zandbank in de rivier.
Sindsdien is het wrak blijven liggen, ondanks herhaalde beleidsvoornemens om het te verwijderen. Volgens de Maritieme Autoriteit Suriname (MAS) is berging vanuit veiligheids- en milieuoogpunt wenselijk, maar ook technisch uiterst complex en kostbaar.
De overheid heeft daarnaast de ambitie om de Surinamerivier beter bevaarbaar te maken voor grotere schepen. In dat kader is ook de vaargeul verdiept door baggerwerkzaamheden. Tegelijkertijd blijft de Goslar een complicerende factor: verwijdering kan invloed hebben op de stroming en het riviergedrag, terwijl het wrak zelf ook langzaam verschuift en mogelijk dichter bij de vaargeul komt.
Daarmee blijft de centrale vraag onbeantwoord: wordt de Goslar nog verwijderd, of raakt het wrak definitief ingebed in de rivier als historisch maar ongemakkelijk erfgoed?
De Goslar zelf kent een bijzondere geschiedenis. Het schip werd in 1929 gebouwd bij Blohm & Voss in Hamburg en bevond zich bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog in internationale wateren.
In een poging om aan inbeslagname te ontkomen, voer het onder Amerikaanse vlag en week het uiteindelijk uit naar Suriname, dat toen nog buiten de oorlog bleef.
Na de Duitse inval in Nederland op 10 mei 1940 veranderde de situatie drastisch.
De bemanning, die kort daarvoor nog politiek asiel had gekregen en zich had geïntegreerd in Paramaribo, besloot het schip bewust tot zinken te brengen om te voorkomen dat het in geallieerde handen zou vallen. Sindsdien ligt het wrak in de Surinamerivier, waar het uitgroeide tot een opvallend en blijvend herkenningspunt. Vandaag de dag is de Goslar daarmee meer dan een wrak. Het is tegelijk een technisch dossier, een financieel vraagstuk en een historisch symbool. Maar zolang plannen voor berging blijven steken tussen ambitie en uitvoering, blijft de rivier zijn eigen monument behouden.


