Asiskumar Gajadien van de VHP-fractie, heeft in De Nationale Assemblee tijdens de behandeling van de Wet voor een Centrum voor Innovatie en Productiviteit, het belang van innovatie, ondernemerschap en economische ontwikkeling, verduidelijkt. Gajadien stelde dat duurzame economische groei niet wordt bepaald door wat een land bezit, maar door wat het produceert, ontwikkelt en exporteert. Volgens Gajadien begrijpt de VHP-fractie het belang van innovatie en productiviteit volledig. Hij benadrukte, dat een innovatiecentrum alleen effectief kan functioneren als het onderdeel is van een bredere nationale ontwikkelingsvisie. “De fundamentele vraag is waar Suriname in 2050 wil staan, welke economie we willen opbouwen en welke productiesectoren we willen ontwikkelen”, aldus Gajadien.
Hij waarschuwde dat een centrum voor innovatie en productiviteit zonder duidelijke nationale doelstellingen, het risico loopt, activiteiten uit te voeren zonder richting. Hij pleitte daarom voor een nationale productiviteitsstrategie die gekoppeld wordt aan het meerjarenontwikkelingsprogramma van de overheid. Volgens hem moeten concrete en meetbare doelen worden vastgesteld, zoals het verhogen van de productiviteit, het vergroten van de export, het stimuleren van landbouwproductie en het versnellen van vergunningstrajecten. Daarnaast moeten thema’s als digitalisering, kunstmatige intelligentie, automatisering, logistieke optimalisatie en de ontwikkeling van menselijk kapitaal onderdeel uitmaken van de langetermijnvisie. Een belangrijk deel van zijn betoog richtte zich op de rol van de overheid. Volgens Gajadien ligt een groot deel van de productiviteitsproblemen in Suriname niet bij ondernemers, maar juist bij overheidsinstanties.
Hij wees op de lange wachttijden voor vergunningen, administratieve vertragingen en onduidelijke procedures die investeringen afremmen. “Ondernemers wachten soms maanden of zelfs jaren op vergunningen. Investeerders haken af door onvoorspelbare procedures en burgers moeten vaak van het ene kantoor naar het andere voor eenvoudige aanvragen. Dat zijn productiviteitsproblemen.”
Ook het gebrek aan digitale communicatie tussen overheidsdiensten leidt volgens hem tot onnodig tijdverlies en hogere kosten voor burgers en bedrijven.
Hoewel Gajadien in het wetsvoorstel aandacht ziet voor training, onderzoek, bewustwording en overleg, mist hij een expliciete opdracht om de overheid zelf productiever te maken. Hij pleitte ervoor om onderwerpen als vergunningverlening, administratieve lasten, dienstverlening van ministeries en digitalisering van overheidsdiensten nadrukkelijk op te nemen in de taken van het centrum.
Volgens de parlementariër levert een vergunning die binnen dertig dagen wordt afgehandeld ondernemers vaak meer op, dan tientallen seminars over productiviteit.
Daarnaast vroeg Gajadien aandacht voor mogelijke overlap met bestaande instituten en overlegstructuren, zoals het Suriname Business Forum en andere organisaties. Hij wil van de regering duidelijkheid over de specifieke taken die het nieuwe centrum zal vervullen en hoe deze zich verhouden tot bestaande organisaties.
De VHP-fractie pleit verder voor het wettelijk vastleggen van prestatie-indicatoren en periodieke rapportages aan De Nationale Assemblee. Daarmee zou inzichtelijk moeten worden gemaakt, in hoeverre nationale productiviteitsdoelen daadwerkelijk worden gerealiseerd.
Gajadien benadrukte dat de VHP het streven naar meer innovatie en hogere productiviteit ondersteunt, maar dat echte productiviteit begint bij een efficiënte overheid. “Tijdige vergunningverlening, het faciliteren van investeringen en snelle dienstverlening aan burgers zijn de basis van productiviteit”, aldus Gajadien.


