Caricom Livestock Farms N.V., het bedrijf achter het Surinaamse kipmerk TOK, heeft de eerste steen gelegd voor een nieuw, modern pluimveeslachthuis met een capaciteit van 5.000 kippen per uur. De investering moet bijdragen aan de verdere professionalisering van de lokale pluimveesector en de versterking van de voedselzekerheid en agro-industriële ontwikkeling in Suriname.
Het bedrijf werd in 2014 opgericht met als doel de veeteelt, pluimveeproductie en kweekstandaarden in Suriname te ontwikkelen. Wat begon als een lokaal kipconcept, groeide in de afgelopen jaren uit tot een geïntegreerde keten met eigen productiefaciliteiten, samenwerkingen met outgrowers en een bestaande verwerkingsunit.
Met de bouw van het nieuwe slachthuis zet TOK een volgende strategische stap in de uitbreiding van zijn productiecapaciteit. De nieuwe faciliteit moet niet alleen de consumentenmarkt bedienen, maar ook de horeca en foodservice, terwijl het bedrijf inspeelt op de verwachte toename van de vraag vanuit de opkomende olie- en gassector en de bredere economische spin-off.
Caricom Livestock Farms stelt dat het bedrijf de afgelopen jaren zonder externe financiering is gegroeid en stap voor stap heeft geïnvesteerd in eigen gronden, kweekactiviteiten en verwerking. Binnen de keten ligt de nadruk op voedselveiligheid, samenwerking met outgrowers, maat-schappelijke verantwoordelijkheid en het behalen van internationale kwaliteitsstandaarden.
Het bedrijf maakt deel uit van Big Will Group en werkt samen met verschillende entiteiten binnen die groep, waaronder De Molen, VESU, Sure Beef, Foodlab, Power Crops en Niche Crops N.V. Volgens de groep versterkt deze investering de onderlinge ketensamenwerking en de ontwikkeling van een circulaire agro-industrie in Suriname.
Big Will Group doet tegelijk een oproep aan de publieke sector om meer samen te werken met bestaande private initiatieven om productie, importvervanging en werkgelegenheid te versnellen. Volgens de groep is dat noodzakelijk om Suriname voor te bereiden op een nieuwe economische fase waarin de olie- en gassector een grotere rol zal spelen. De investering moet niet alleen de pluimveesector versterken, maar ook bijdragen aan de ontwikkeling van voedselinfrastructuur die volgens het bedrijf nodig is om de groeiende vraag in de komende jaren op te vangen.

