Financiënminister Adelien Wijnerman, is donderdag tijdens de tweede ronde van de behandeling van de wijziging van de Comptabiliteitswet 2024 in De Nationale Assemblee (DNA), uitgebreid ingegaan op vragen en opmerkingen van assembleeleden. De bewindsvrouwe benadrukte dat de regering zich volledig committeert aan de uitvoering van de wet, maar dat een zorgvuldige implementatie noodzakelijk is, vanwege de omvangrijke hervormingen die ermee gepaard gaan.
Wijnerman bedankte de leden van het parlement voor hun constructieve bijdragen en het vertrouwen dat zij hebben uitgesproken in het ministerie en de betrokken instanties. Volgens haar is het doel van de wet, het realiseren van een efficiënter, transparanter en robuuster financieel beheer, binnen de overheid.
Een belangrijk discussiepunt tijdens de vergadering was het voorstel om de inwerking-treding van de comptabiliteitswet met twee jaar uit te stellen. Volgens Wijnerman is het debat thans teveel gericht op de verwachte olie-inkomsten vanaf 2028 en aanbevelingen van het IMF-rapport. “Financieel beheer draait niet alleen om olie-inkomsten. Het omvat veel meer dan dat”, aldus Wijnerman.
Zij benadrukte, dat het oorspronkelijke implementatieplan over drie jaar was uitgespreid, maar dat de regering na overleg met DNA, bereid is geweest, het plan te herzien en binnen twee jaar opnieuw te evalueren. Volgens haar gaat het niet om een tijdelijke ontsnappingsroute, maar om een overgangsperiode, die moet leiden tot een duurzame en permanente oplossing.
De minister zei dat de overheid voor verschillende uitdagingen staat bij de uitvoering van de wet. Zij noemde onder meer de complexiteit van de hervormingen, een tekort aan essentiële documenten, onvoldoende ICT-infrastructuur en capaciteits-problemen, binnen de overheid.
Het huidige financieel systeem van de overheid is volgens Wijnerman nog gebaseerd op de oude Comptabiliteitswet van 2019 en sluit niet aan op de nieuwe eisen van de comptabiliteitswet 2024. Ook risicomanagement, ketenintegratie en samenwerking tussen ministeries, vormen belangrijke aandachtspunten.
Daarom zet het ministerie in op trainingen, capaciteitsversterking, communicatiecampagnes, audits en verbeterplannen. Volgens Wijnerman moet niet alleen de financiële sector worden voorbereid, maar de gehele overheid.
Wijnerman zei voorts dat het ministerie bereid is elke zes maanden verslag uit te brengen aan DNA over de voortgang van het implementatieproces. De eerste eva-luatie staat gepland voor december van dit jaar.
Daarnaast wil de regering het parlement actief betrekken bij de evaluatie van het actieplan, zodat tijdig kan worden bijgestuurd indien zich knelpunten voordoen.
Tijdens de vergadering werden ook vragen gesteld over de relatie tussen de comptabiliteitswet en het Spaar- en Stabilisatie-fonds (SSF). Volgens de minister regelt de Comptabiliteitswet het algemene begro-tings- en financieel beheer, terwijl het SSF bedoeld is om financiële buffers op te bouwen en om zo schommelingen in de staatsfinanciën op te vangen.
Wijnerman benadrukte, dat de Wet op het Spaar- en Stabilisatiefonds onverkort van kracht blijft en dat er duidelijke regels bestaan voor stortingen en opnames uit het fonds.
De minister zei verder dat Suriname volgens prognoses in het laatste kwartaal van 2028, de eerste offshore olie-inkomsten kan verwachten. Staatsolie rekent op een bedrag van ongeveer USD 500 miljoen in die periode.
Ook de staatsschuld kwam aan bod. Volgens Wijnerman heeft de vorige regering in vijf jaar ongeveer USD 2,2 miljard geleend via 35 buitenlandse en 28 binnenlandse leningen. De huidige regering heeft sinds juli 2025 ongeveer USD 1,8 miljard geleend.
Wijnerman verduidelijkte, dat een groot deel van deze obligatieleningen is gebruikt voor het herstructureren en aflossen van bestaande schulden. Daarnaast werd een sociale obligatie van USD 186 miljoen afgesloten voor projecten op het gebied van gezondheidszorg, onderwijs, jeugd en sport, landbouw, digitalisering en woningbouw. Volgens haar bedraagt de totale rente over de obligaties op termijn ongeveer USD 1,3 miljard.
Wijnerman erkende tevens dat het ministerie kampt met een tekort aan gespecialiseerd personeel. Voor de uitvoering van de Comptabiliteitswet zijn volgens haar, vaardigheden nodig zoals analytisch vermogen, digitale kennis, administratieve controlevaardigheden en betrouwbaarheid.
Het gewenste opleidingsniveau voor betrokken functionarissen ligt volgens haar minimaal op bachelor-niveau. Daarbij wees zij erop, dat specialistische kennis, zoals IPSAS-standaarden voor financiële verslaglegging, momenteel nog beperkt aanwezig is binnen de overheid.
Volgens de minister ondersteunt het IMF de gefaseerde aanpak van Suriname. Zij zei dat internationale deskundigen reeds zijn ingezet om de toepassing van de Verantwoordingswet te begeleiden. Ook de Inter-Amerikaanse Ontwikkelingsbank (IDB) ondersteunt het traject. “Wij zijn ervan overtuigd dat er internationaal vertrouwen bestaat dat Suriname deze transitie, succesvol kan uitvoeren”, aldus Wijnerman.
Tot slot zei de minister dat de begroting van 2026 nog volgens de oude wetgeving is voorbereid, omdat de noodzakelijke voorbereidingen voor de nieuwe wet niet tijdig zijn gestart.
De regering verwacht echter dat de begroting van 2028 volledig conform de comptabiliteitswet 2024 zal worden opgesteld. Via evaluatiemomenten wil de regering samen met DNA blijven toetsen of de uitvoering volgens planning verloopt.

