De tussenkomst van het Internationaal Monetair Fonds (IMF) in Suriname, was volgens socioloog en auteur Ruben Gowricharn, vooral bedoeld om de financiële en monetaire ontwrichting van het land te herstellen. In een uitgebreide analyse in de april-editie van VES-Inzicht 2026 stelt hij dat Suriname niet zozeer kampte met een volledig ingestorte economie, maar vooral met ontspoorde overheidsfinanciën en slecht bestuur.
Gowricharn verwijst naar cijfers van de Centrale Bank van Suriname (CBvS) waaruit blijkt, dat het bruto binnenlands product (bbp) over een langere periode bleef groeien, ondanks enkele zware terugvallen. Volgens hem betekent dit dat de reële economie niet volledig stilviel, zoals in klassieke economische crises vaak het geval is.
Wel constateert hij dat de overheidsschuld tussen 2015 en 2020 explosief opliep. De schuld steeg volgens Gowricharn van ongeveer 50 procent van het bbp naar ruim 121 procent in 2020. Tegelijkertijd ontstonden grote begrotingstekorten en nam de inflatie sterk toe.
Volgens Gowricharn zag de regering-Santokhi zich hierdoor genoodzaakt om hulp te zoeken bij het IMF. Via het zogenoemde Extended Fund Facility-programma, ontving Suriname tussen 2022 en 2025 ongeveer 572 miljoen Amerikaanse dollar.
Gowricharn benadrukt dat het IMF-programma vooral gericht was op het herstellen van vertrouwen in de monetaire sector en het stabiliseren van de staatsfinanciën. Daarbij werden hervormingen doorgevoerd zoals de invoering van BTW, afbouw van subsidies, beperking van monetaire financiering en versterking van het bankwezen.
Tegelijkertijd merkt Gowricharn op dat deze maatregelen zware sociale gevolgen hadden. De afbouw van subsidies op basisvoorzieningen zoals energie en brandstof leidde samen met de depreciatie van de Surinaamse dollar tot hoge inflatie. Volgens hem bedroeg die inflatie in de periode 2021-2023 meer dan 50 procent per jaar.
Hij plaatst daarnaast kritische kanttekeningen bij de manier waarop de overheid met leningen is omgegaan. Volgens Gowricharn lijkt het erop dat een aanzienlijk deel van de schulden werd gebruikt om lopende uitgaven en begrotingstekorten te financieren in plaats van productieve investeringen.
Ook waarschuwt hij voor de afhankelijkheid van exportinkomsten uit goud en toekomstige olieproductie. ‘’De overheid rekent zich te snel rijk, wanneer grondstofprijzen stijgen, waardoor financiële risico’s worden onderschat.’’
Verder stelt Gowricharn dat fundamentele hervormingen binnen staatsbedrijven en het overheidsapparaat, grotendeels zijn uitgebleven. Volgens hem werd onvoldoende ingegrepen bij verlieslatende parastatale bedrijven en bleef het ambtenarenapparaat groeien.
Gowricharn concludeert dat Suriname alleen duurzame stabiliteit kan bereiken wanneer financiële discipline wordt gecombineerd met hervormingen van de bestuurscultuur en de politieke besluitvorming.
Bron: VES-Inzicht april 2026

