Uitspraak CCJ bevestigt noodzaak versterking rechtsstaat in Suriname

Wanneer een burger zich uiteindelijk tot het hoogste regionale gerechtshof moet wenden om bescherming van zijn fundamentele rechten te zoeken, is dat een signaal over de staat van de rechtsstaat.

De uitspraak van het Caribbean Court of Justice (CCJ) in de zaak van Derek Ramsamooj tegen de staat Suriname, bevestigt het fundamentele belang van de rechtsstaat, mensenrechten en effectieve rechtsbescherming voor iedere burger. De zaak gaat over een fundamentele vraag voor iedere democratische samenleving: kan iedere burger, ongeacht politieke overtuiging, afkomst, nationaliteit of maatschappelijke positie, rekenen op een eerlijk proces, humane behandeling en effectieve bescherming van zijn of haar rechten?

In de schaduwrapportage die Projekta (in samenwerking met de VIDS en het LGBT Platform) in 2024 indiende bij het Mensenrechtencomité van de Verenigde Naties (CCPR), werd de zaak Ramsamooj expliciet aangehaald als illustratie van bredere zorgen over de bescherming van fundamentele rechten binnen het Surinaamse strafrechtsysteem. Er werd gewezen op beschuldigingen van langdurige detentie zonder tijdige toegang tot rechtsbijstand, het ontbreken van adequate medische zorg, beperkingen in de toegang tot de rechter, problemen rond taal en vertaling tijdens procedures en vragen over de naleving van het recht op een eerlijk proces. De zaak werd in het schaduw-rapport geplaatst in een bredere context van zorgen over toegang tot recht, rechtsbijstand, taalbarrières en de praktische bescherming van procedurele rechten.

De uitspraak van het CCJ in de zaak Ramsamooj laat zien, waarom sterke rechtsstatelijke instituties essentieel zijn voor een democratische samenleving, dat mensenrechten en rechtsstatelijke waarborgen geen abstracte juridische begrippen zijn, maar dat ze concrete bescherming bieden aan burgers, wanneer hun fundamentele rechten in het geding zijn. In de gezamenlijke schaduwrapportage voor de UPR (Universal Periodic Review) die in april 2026 door BINI (samen met 9 partnerorganisaties) werd ingediend bij de Mensenrechtenraad van de Verenigde Naties, werd ook vastgesteld dat Suriname nog steeds niet beschikt over een operationeel Nationaal Mensenrechteninstituut conform de Parijs Principes, en dat het Constitutioneel Hof sinds mei 2025 niet volledig functioneert doordat cruciale benoemingen zijn uitgebleven. Hierdoor beschikken burgers momenteel niet over een effectief nationaal mechanisme voor constitutionele toetsing van wetgeving en overheidsoptreden aan grondrechten en internationale mensenrechtenverplichtingen

Wij roepen de regering en De Nationale Assemblée daarom op om:

  • Het Constitutioneel Hof met spoed volledig operationeel te maken.
  • Het Nationaal Mensenrechteninstituut conform de Parijs Principes daadwerkelijk op te richten en operationeel te maken.
  • De toegang tot rechtsbijstand en rechtsbescherming voor alle burgers te versterken.
  • internationale mensenrechtenverplichtingen systematisch te verankeren in beleid en wetgeving.
  • Uitspraken van nationale, regionale en internationale rechtscolleges volledig en transparant uit te voeren.

Het moge duidelijk zijn dat wanneer men zijn toevlucht moet zoeken tot regionale of internationale rechtscolleges om bescherming van fundamentele rechten af te dwingen, dat een signaal is dat nationale beschermingsmechanismen onvoldoende functioneren.

More
articles