Mathoera: ‘Hoefdraad had persoonlijk aanwezig moeten zijn bij de hoorzitting’

Krishna Mathoera, VHP-parlementariër, heeft verklaard dat de gewezen minister van Financiën, Gillmore Hoefdraad, volgens de wet, persoonlijk aanwezig had moeten zijn tijdens de vergadering van de parlementaire commissie, die belast is met het horen van gewezen politieke ambtsdragers. De commissie hield openbare verhoren in verband met het verzoek van de procureur-generaal (GP) om enkele voormalige ministers in staat van beschuldiging te stellen. Het gaat om de ex-minister van Financiën, Gillmore Hoefdraad, de voormalige minister van Binnenlandse Zaken, Bronto Somohardjo, en de voormalige minister van Openbare Werken, Riad Nurmohamed.

Hoefdraad verscheen niet persoonlijk voor de commissie en liet zich vertegenwoordigen door zijn advocaten. Volgens Mathoera strookt dat niet met de bepalingen van de wet. “De wet zegt dat de gewezen politieke ambtsdrager in de gelegenheid wordt gesteld gehoord te worden, niet zijn advocaat of andere personen. Als hij niet komt opdagen, dan is de zaak daarmee eigenlijk afgedaan”, aldus Mathoera.

Tijdens de hoorzittingen werden door de advocaten van Hoefdraad vragen gesteld over de juridische en formele procedures, die zijn gevolgd. Ook voormalig minister Nurmohamed beantwoordde vragen van de commissie over de ingediende vorderingen, de besluitvorming en de gevolgde procedures. Mathoera benadrukte dat De Nationale Assemblee zich volgens de wet, niet moet bezighouden met de inhoudelijke schuldvraag. Zij verwees naar artikel 5 van de Wet In Staat van Beschuldigingstelling Politieke Ambtsdragers (WIPA). Daarin staat dat DNA niet beoordeelt of een gewezen minister terecht als verdachte is aangemerkt, maar uitsluitend moet toetsen, of vervolging in politiek-bestuurlijk opzicht, in het algemeen belang is.

Volgens haar moet worden nagegaan, of vervolging bijdraagt aan het vertrouwen in de rechtsstaat en de rechtszekerheid, en of er geen sprake is van politieke afrekening. “Als het Openbaar Ministerie voldoende feiten en omstandigheden heeft gevonden om iemand als verdachte aan te merken, dan moeten wij toetsen of vervolging in het belang is van Suriname en van de rechtsstaat”, aldus Mathoera.

Zij zei dat sommige commissieleden tijdens de verhoren, toch ingingen op inhoudelijke aspecten van de zaken, terwijl dat volgens haar niet de bedoeling is.

Met de afronding van de verhoren van de drie voormalige ministers, moet DNA binnenkort in een openbare vergadering beslissen, of zij al dan niet in staat van beschuldiging worden gesteld.

Mathoera verwacht dat DNA het Openbaar Ministerie toestemming zal geven om de zaken verder te onderzoeken en eventueel, tot vervolging over te gaan. Volgens haar biedt juist een behandeling door de rechter de betrokken oud-ministers de mogelijkheid, om hun naam te zuiveren.

“Er is een smet gelegd op deze mensen, gegrond of ongegrond. Als er geen vervolging komt, blijft die kwestie boven hun hoofd hangen en krijgen zij niet de gelegenheid, hun naam te zuiveren”, aldus Mathoera. Zij benadrukte dat het de taak van de rechter is om als onafhankelijk orgaan, een oordeel te vellen.

Volgens de parlementariër is het van belang voor het herstel van vertrouwen in politiek en bestuur, dat zaken waarbij voldoende feiten aanwezig zijn, verder onderzocht worden. Dat principe moet volgens haar, niet alleen gelden voor politieke ambtsdragers, maar voor iedere burger.

More
articles