Financiënminister: ‘Suriname is nog niet ready voor olie-inkomsten van 2028’

Adelien Wijnerman, minister van Financiën en Planning zei dat Suriname nog niet voldoende voorbereid is op de verwachte olie-inkomsten vanaf 2028. Dat zei zij vrijdag in het radioprogramma ABC Actueel, naar aanleiding van een technisch rapport van het Internationaal Monetair Fonds (IMF).

Volgens de minister zijn de bevindingen van het IMF geen verrassing voor de regering. “Wij hebben vanaf het begin aangegeven, dat wij voelen dat we niet ready zijn”, aldus Wijnerman. Zij benadrukte, dat Suriname zelf het initiatief heeft genomen om het IMF een zogenoemde ‘scoping missie’ te laten uitvoeren, zodat duidelijk wordt, welke institutionele en financiële knelpunten, nog aangepakt moeten worden.

Het IMF voerde in februari gesprekken met verschillende afdelingen van het ministerie van Financiën en Planning, maar ook met andere betrokken instanties. De conclusies uit het rapport zijn volgens Wijnerman, grotendeels gebaseerd op zaken die Suriname zelf heeft aangekaart.

Uit het IMF-rapport is gebleken dat Suriname ingrijpende institutionele hervormingen moet doorvoeren, om de toekomstige olie-inkomsten, goed te beheren. Vooral de capaciteit binnen het ministerie van Financiën en Planning zou onvoldoende zijn, met name op de afdelingen, die verantwoordelijk zijn voor macro-economische analyses en begrotingsprognoses.

Wijnerman benadrukte, dat er sprake is van een tekort aan deskundig personeel. Volgens haar heeft het ministerie de afgelopen jaren veel ervaren krachten verloren. “We zullen meer mensen moeten aantrekken en beter betaalde kaders nodig hebben”, aldus Wijnerman. Daarbij gaf ze aan, dat het moeilijk blijft om gekwalificeerd personeel aan te trekken, omdat veel professionals kiezen voor beter betaalde functies buiten de overheid.

De minister weersprak eveneens kritiek, dat het vertrek van enkele ervaren beleids-medewerkers de huidige situatie zou hebben verergerd. Zij stelde dat sommige personen, waaronder voormalig adviseur René Abrahams, slechts tijdelijk waren aangesteld voor specifieke opdrachten, die inmiddels zijn afgerond.

Ook de samenwerking tussen ministeries, de Centrale Bank van Suriname (CBvS) en het Algemeen Bureau voor de Statistiek (ABS) komt in het IMF-rapport aan bod. Volgens het IMF verloopt de onderlinge afstemming, niet optimaal.

Wijnerman benadrukte dat er wel degelijk een samenwerking bestaat, vooral tussen Financiën en de Centrale Bank. Wel stelde zij, dat de samenwerking structureler en intensiever moet worden. Het IMF heeft daarom aanbevolen om vaste overlegstructuren op te zetten, waarbij betrokken instanties regelmatig met elkaar afstemmen.

Een belangrijk punt in de discussie is de Comptabiliteitswet 2024. De regering wil de invoering van delen van deze wet met drie jaar uitstellen, omdat de noodzakelijke voorbereidingen nog niet zijn afgerond.

Volgens Wijnerman is het uitstel geen afstel. Zij benadrukte dat de regering juist wil voorkomen, dat de wet onvolledig of verkeerd wordt uitgevoerd, wat juridische en compliance-risico’s met zich mee kan brengen.

“De wet is inhoudelijk sterk, maar de voorbereidingen om die volledig uit te voeren zijn nog niet voldoende”, aldus Wijnerman. Zij wees erop dat ook het bestaande IT-systeem van de overheid, nog niet aansluit op de nieuwe wetgeving. Daardoor moeten processen worden aangepast en systemen opnieuw worden ingericht.

De minister zei positief te blijven over de voortgang en verwacht dat de noodzakelijke hervormingen binnen drie jaar gerealiseerd kunnen worden. Daarbij zal Suriname ondersteuning krijgen van het IMF en mogelijk ook van andere internationale partners.

Tijdens het interview kwam ook het toekomstige Spaar- en Stabilisatiefonds voor olie-inkomsten aan bod. Volgens Wijnerman bestaat hiervoor al wetgeving, maar zullen enkele onderdelen moeten worden aangepast aan de huidige economische realiteit.

Het fonds zal volgens haar, nauw verbonden zijn aan de begrotingswet en uiteindelijk samen met de Centrale Bank beheerd worden. Over de exacte inrichting, de besteding van middelen en eventuele bestuurders, wilde de minister nog geen uitspraken doen.

Over de behandeling van de begroting voor 2026 zei Wijnerman, dat het parlement bepaalt, wanneer die behandeling start. Zij verwacht dat dit waarschijnlijk gebeurt, nadat de wijzigingen rond de Comptabiliteitswet zijn afgerond.

Ondanks het ontbreken van een nieuwe begroting, benadrukte de minister dat de overheid voorlopig nog in staat is haar uitgaven te beheren, op basis van de bestaande wettelijke mogelijkheden. Volgens haar is er momenteel nog geen sprake van acute financiële problemen.

 

More
articles