Serena Essed: ‘Parlement mag niet inhoudelijk oordelen over strafzaak’

Advocaat Serena Essed heeft benadrukt, dat De Nationale Assemblee (DNA) zich strikt moet houden aan zijn wettelijke rol bij de behandeling van de vordering van de procureur-generaal, om drie voormalige ministers in staat van beschuldiging te stellen. Volgens Essed mag het parlement niet op de stoel van de rechter gaan zitten door inhoudelijk te oordelen over de strafzaak.

In het radioprogramma Welingelichte Kringen, zei Essed dat DNA uitsluitend moet beoordelen of de vervolging van de voormalige bewindslieden in politiek-bestuurlijk opzicht, in het algemeen belang is. De vraag of er voldoende bewijs bestaat of dat de betrokken personen daadwerkelijk als verdachten kunnen worden aangemerkt, behoort volgens haar, uitsluitend tot de taak van de rechterlijke macht. “De Nationale Assemblee gaat geen mini-strafrechter spelen”, aldus Essed. “Het parlement moet alleen kijken naar de vraag, of de vervolging in politiek-bestuurlijk opzicht in het algemeen belang is.”

De discussie ontstond nadat een commissie van DNA, procureur-generaal Garcia Paragsingh, had gevraagd om een nadere toelichting op de vordering tot in staat van beschuldigingstelling. De PG wees het verzoek voor een mondelinge toelichting af en gaf aan dat eventuele vragen, schriftelijk aan haar kunnen worden gesteld.

Volgens Essed is het begrijpelijk dat het parlement niet tevreden is met die afwijzing, maar begrijpt zij ook de terughoudendheid vanuit het Openbaar Ministerie. Zij wees erop, dat het Openbaar Ministerie vanuit strafrechtelijke bevoegdheden opereert, en geen politieke rol heeft. Daardoor kan het problematisch worden wanneer inhoudelijke strafrechtelijke kwesties in een politieke setting worden besproken.

Eveneens vindt Essed dat een constructieve samenwerking tussen de staatsmachten, noodzakelijk blijft. Volgens haar zou overleg mogelijk moeten zijn, zolang iedere instantie zich houdt aan de grenzen van haar wettelijke bevoegdheden.

“Als men om toelichting vraagt, kan altijd worden aangegeven, tot waar de wet die toelichting toestaat. Zaken die betrekking hebben op de inhoud van de strafzaak, horen thuis bij de rechter”, aldus Essed.

Zij verwees daarbij naar artikel 5 van de Wet In Staat van Beschuldigingstelling. Dat artikel bepaalt expliciet dat DNA zich niet mag uitlaten over de vraag of een politieke ambtsdrager terecht als verdachte is aangemerkt. Het parlement moet uitsluitend beoordelen, of vervolging in het algemeen belang is. “De Nationale Assemblee treedt niet in de beoordeling van de gegrondheid van het aanmerken van de betreffende politieke ambtsdrager als verdachte in de zin van het Wetboek van Strafvordering, doch beoordeelt uitsluitend of zijn of haar vervolging in politiek-bestuurlijk opzicht, in het algemeen belang moet worden geacht”, aldus Essed.

Wanneer DNA oordeelt dat vervolging niet in het algemeen belang is, wordt het verzoek afgewezen en kan de betrokken ambtsdrager, niet worden vervolgd.

Essed sprak de hoop uit dat de verschillende staatsmachten, het parlement, het Openbaar Ministerie en de rechterlijke macht, op een constructieve en hoffelijke manier met elkaar zullen blijven samenwerken, ondanks de spanningen die de discussie inmiddels, heeft veroorzaakt.

More
articles