De brand in de omgeving van de Heeren- en Klipstenenstraat en de perikelen rondom grond nabij Santo Boma, wijzen weer in de richting van een bestuurlijk hiaat: het gebrek aan ruimtelijke ordening en planning. De verschillende overheidsinstanties en de rechterlijke macht, die er zouden moeten zijn voor rechtsbescherming tegen dubbele gronduitgiften, tegen de wildgroei, tegen overlast, tegen het ontsieren van woonwijken en tegen het stelselmatig wegnemen van rust, zijn verworden tot een kastje-naar-de-muurcircuit voor benadeelden. Allemaal erkennen het belang. Allemaal knikken begrijpend. Allemaal prediken het evangelie van een oplossing. Maar niemand roept dit een halt toe, of staat het recht van de sterkste in de weg. Zo is het voor gezagsdragers, net als voor rechters, regelmatig duidelijk dat er volgens Ockhams scheermes, geen andere verklaring dan steekpenningen en corruptie resteert, wanneer sommige taferelen zich voltrekken. Desondanks is men dol op verklaringen als het ‘niet op de stoel’ van een ander micro-instituut willen of zullen gaan zitten, of het verwijzen naar wie er wél over gaat, wanneer men er zelf niet over gaat.
Het besluit om Ruimtelijke Ordening als departement voorop te plaatsen en te laten aanvullen door Milieu, enkele jaren geleden, was hoopgevend. Het invullen van dat ministerie met twee bestuurlijk-politieke zwaargewichten na elkaar, leek vooruitgang te beloven. Het niet ceremonieel ontmantelen daarvan en het onderbrengen bij een ministerie dat naar aard al groot en traag was, en boordevol ongelijke behandeling van burgers zat, is voor de kans op werkelijke ruimtelijke ordening een doemscenario. Een kwaadwillige die voorheen op meerdere plekken politieke invloed of de macht van onzichtbaar geld moest aanwenden, kan nu terecht bij een one-stop-shop, terwijl de stad verder verpaupert en ontsierd raakt met blokkendozen in woonwijken, en men liever op de handen blijft zitten bij de uitdaging van monumentale overheidsgebouwen die tot kraakpand verworden en het brandgevaar dat daklozen daar vertegenwoordigen. Het recente nieuws dat alle dc’s hun districtsplannen ingeleverd hebben, is een lichtpuntje, en wij zouden graag zien dat daarin decentrale componenten voor de ernstige uitdagingen op dit vlak verwerkt zijn en ook daadwerkelijk tot uitvoering komen.

