Er is in 2025 een regering samengesteld op basis van ontevredenheid over Chan Santokhi en Ronnie Brunswijk. Vervolgens heeft die nieuwe formatie bij nader inzien, alsnog plaatsgemaakt voor Ronnie Brunswijk. Het was nooit van harte. En de bittere pil van de demotie van de politieke machthebber, van vicepresident en team captain van zeven ministers en negen assembleeleden naar praktisch een halvering daarvan, heeft een zware kater achtergelaten.
De tranen die gelaten zijn om het verlies van de president, onder wie hij de apex van zijn macht bereikte, leken voor de oplettende kijker, minstens voor een gedeelte, tranen om een deur die zich definitief sloot, een optie die verdween en berouw om verkeerde keuzes. Als Brunswijk op cruciale momenten smalle belangen opzij had weten te zetten voor landsbelang, hadden hij en de man om wie hij een tranendal liet vloeien, nog twee of drie termijnen door kunnen regeren. Wat duidelijk is, is dat los zand niet aan elkaar te lijmen is en dat de zittende regering nauwelijks beleid kan formuleren. Op hun beurt hebben zij geen ruggensteun vanuit de assemblee. Er zijn minder dan vijf inhoudelijke wetsproducten aangenomen in een jaar tijd en er is nog geen eigen begroting aangenomen door deze regering, als we de eigen beeldvorming van de politiek overnemen. Hiermee wordt bedoeld dat de partijtoppers aangegeven hebben, dat er in feite geregeerd is met de begroting zoals aangenomen of voorbereid door de vorige regering. Maar dat 2026 een kans zou zijn om naar eigen inzicht middelen te gaan reserveren en beleid te gaan financieren.
Echter is het eerste kwartaal van 2026 achter ons en is de begroting niet aangenomen en nog niet eens volledig behandeld. Volgens de voorzitter van De Nationale Assemblee heeft de regering bij hem nog geen definitief aangepaste versie aangeleverd. Dus is het misschien niet een regering zonder assemblee, maar een assemblee zonder regering, als het gaat om wie wat doet en wie precies wat nodig heeft van de ander. Niet minder kwalijk en zeker niet bevorderlijk is het feit dat noch de regering, noch De Nationale Assemblee momenteel optimaal functioneert. Dan hebben wij het daarbij niet over wat er politiek inhoudelijk plaatsvindt, maar letterlijk over de voltallige of rechtsgeldige vergaderfrequentie van beiden. Regeringsvergaderingen zijn vaak onderbezet of worden verdaagd, omdat dit kabinet een van de meest reislustige is in de recente geschiedenis. In De Nationale Assemblee vertaalt het gebrek aan eenheid op politiek vlak zich in een ondermaatse deelname aan vergaderingen en een gebrek aan quorum, zowel bij de plenaire vergaderingen als bij het commissiewerk. Voor partijpolitiek schijnt men alle tijd te hebben, maar voor het dagelijkse werk waarvoor men verkozen is, niet.

