Wat weet een pastoor over volksgezondheid? Het is een harde uitspraak die inmiddels op straat en op sociale media klinkt, maar ze raakt wel de harde realiteit, waarin wij al maanden leven. Want terwijl duizenden Surinamers al maanden gebukt gaan onder de slopende pijn van chikungunya, blijft een doortastende aanpak vanuit de overheid uit.
Er is geen grootschalige bestrijding van muskieten zichtbaar, geen duidelijke regie, geen behoorlijke campagne om broedplaatsen tegen te gaan, waardoor de indruk wordt gewekt dat er geen gevoel van urgentie op het ministerie van Volksgezondheid heerst om deze crisis aan te pakken. Maandenlang werd gewacht op effectieve bestrijdingsmiddelen tegen de muskieten die het chikungunyavirus verspreiden. Spuitwerkzaamheden zijn onlangs van start gegaan, nadat burgers grotendeels aan hun lot werden overgelaten. Intussen hebben mensen hun toevlucht gezocht tot muskietenkaarsen, vapematjes en huis-, tuin-, en keukenmiddelen, gedreven door angst om besmet te raken. De overheid lijkt veel te lang afwezig te zijn geweest in een situatie die juist vroeg om zichtbaarheid, coördinatie en daadkracht. Het contrast met de waarschuwingen vanuit de medische wereld kan nauwelijks groter zijn. John Codrington, viroloog en moleculair diagnosticus, beschreef begin dit jaar uit eigen ervaring, hoe zwaar chikungunya kan toeslaan. Wat voor velen nog wordt afgedaan als een ‘griepje’, veranderde voor hem binnen enkele dagen in een allesoverheersende fysieke uitputtingsslag. Koorts, ondraaglijke gewrichtspijnen en volledige afhankelijkheid maakten duidelijk dat dit virus allesbehalve onschuldig is. Zijn relaas was duidelijk; zelfs iemand met diepgaande kennis van virussen en ziektebeelden, opgeleid aan gerenommeerde universiteiten, werd volledig uitgeschakeld. Chikungunya ontneemt mensen hun zelfstandigheid en laat hen weken, soms maanden, achter met restklachten. Het idee dat dit een milde aandoening zou zijn, is niet alleen onjuist, maar gevaarlijk. Codrington is ook van mening dat er een vorm van groepsimmuniteit ontstaat doordat zoveel mensen inmiddels besmet zijn geraakt. In wetenschappelijke termen klinkt dat als een ‘lichtpunt’, maar in werkelijkheid is het een stille aanklacht tegen falend beleid. Het betekent niets anders dan dat de samenleving zelf de prijs heeft betaald voor het uitblijven van effectieve preventie. Zoals Codrington het scherp stelde: waar beleid ontbrak, heeft het virus zelf de vaccinatiecampagne uitgevoerd. De verhalen van patiënten onderstrepen dat beeld. Mensen die normaal nauwelijks naar pijnstillers grijpen, worden gedwongen tot medicatie om überhaupt te kunnen slapen. Anderen zoeken hun toevlucht tot alternatieve methoden om de pijn draaglijk te maken. Het zijn persoonlijke gevechten die zich afspelen in stilte, terwijl een nationale aanpak uitblijft. Opvallend is dat maatschappelijke organisaties wel in beweging komen. Het Rode Kruis Suriname is inmiddels gestart met een response-programma gericht op voorlichting en het aanpakken van broedplaatsen van muskieten, met speciale aandacht voor kwetsbare groepen. Dat juist een hulporganisatie deze rol op zich moet nemen, zegt veel over de lacunes in het overheidsbeleid. Het ministerie van Volksgezondheid vraagt om meer dan goede bedoelingen. Het vraagt om expertise, crisismanagement en het vermogen om snel en effectief te handelen. Wanneer die elementen ontbreken, worden burgers blootgesteld aan risico’s die voorkomen hadden kunnen worden. De vraag is dan ook niet alleen of het beleid tekortschiet, maar of de huidige leiding wel geschikt is om een ministerie van Volksgezondheid te sturen in tijden van crisis. Want terwijl de samenleving gebukt gaat onder de pijn, kan zij zich geen bestuurlijke zwakte permitteren.

