President Jennifer Simons heeft vanuit haar kabinet, in een verklaring benadrukt, dat Suriname niet uitsluitend kan leunen op de olie- en gassector. Volgens haar is het noodzakelijk, dat ook andere sectoren ontwikkeld worden om duurzame groei te garanderen.
“U heeft mij er vaak over horen spreken: wij kunnen niet alleen wachten op olie en gas. Wij moeten ook andere sectoren doen”, aldus Simons. Ze wees daarbij specifiek op de toerisme- en de landbouwsector, als twee gebieden waar het land grote kansen heeft.
Simons onderstreepte dat Suriname een aantrekkelijk toeristisch land is, maar ook dat het ontwikkelen van deze sector, veel inzet en samenwerking vergt. Daarom zal de regering een speciale groep opzetten, die samenwerkt met de betrokken ministeries en de particuliere sector.
“Wij hebben nu de eerste mensen op het kabinet, en wij zijn begonnen met praten met de particuliere sector. Binnenkort zult u merken, dat wij met ze zullen praten, als zij ook mensen hebben. Laten wij allemaal samenwerken aan toerisme. Want tot nu toe zijn er ook mensen die bereid zijn, en ik denk opnieuw: als wij het samen doen, zal het lukken”, aldus Simons. Zij zei vervolgens, dat er uitdagingen zijn, zoals dure vliegtickets en gebrekkige verbindingen. Toch benadrukte de president, dat gezamenlijke inspanningen deze obstakels kunnen overwinnen. In de komende weken zal er een zogenoemde mini-conferentie met de particuliere sector plaatsvinden, om concrete richtlijnen af te spreken. Deze zullen onder meer gericht zijn op het schoon en aantrekkelijk houden van de stad en het verbeteren van de toeristische infrastructuur.
Volgens Simons is toerisme niet alleen belangrijk voor de nationale economie, maar ook voor werkgelegenheid. “Dat zal ervoor zorgen dat veel mensen werk vinden, goed werk, en dat is wat wij willen. Want als je goed werk hebt, verdien je geld.” Naast toerisme ziet de regering ook grote kansen in de landbouwsector. Simons benadrukte dat Suriname momenteel nog veel producten importeert, terwijl buurlanden al grotendeels zelfvoorzienend zijn dankzij slimme landbouwinitiatieven. “Wij zullen dat in 2026 stevig moeten starten. Het budget daarvoor is in voorbereiding. Maar ook daar heb ik met verschillende landbouworganisaties gesproken, en wij gaan verder”, aldus Simons.
Er zal ook voor de landbouw een speciale groep worden opgericht, bestaande uit vertegenwoordigers van de regering en de particuliere sector. Het doel is om de productie snel te ontwikkelen en Suriname op termijn zelfvoorzienend te maken.
Als voorbeeld noemde Simons de aanplant van maniabomen, die tijd nodig hebben om vrucht te dragen. “Stel je voor dat wij over drie of vier jaar genoeg geld willen hebben om hier lokale sapjes en dingen te maken. Dan moeten wij direct maniabomen planten. Het is heel belangrijk dat wij nu beginnen. En wie nu al kan, start, begin nu”, aldus Simons.


