Het behouden en revitaliseren van de historische binnenstad van Paramaribo, is een complex proces dat meer vraagt dan de restauratie van panden. Volgens Natasja Deul, programmacoördinator van het Paramaribo Urban Rehabilitation Program (PURP), is een doordacht creatief beleid in combinatie met structurele financiële ondersteuning, essentieel om het erfgoed duurzaam te bewaren en leefbaar te houden.
“We hebben als staat leningen moeten afsluiten om onder andere enkele panden als onderdeel van de bredere rehabilitatie te kunnen renoveren”, vertelt Deul. “Maar dat is slechts een druppel op de oceaan vergeleken met wat er nodig is voor het volledige behoud en de revitalisatie van de binnenstad. Er moet veel meer gebeuren, en zonder nieuw en anders ingericht beleid, komt het simpelweg niet van de grond.”
Het stadsvernieuwingsproject verloopt in meerdere fasen. “We hebben nu fase één afgerond, waarbij onder andere een aantal monumentale panden zijn opgeknapt. In de volgende fase, die binnenkort begint, staan nog eens vijf panden op de planning”, zegt Deul. Ze kijkt met interesse uit naar de ontwikkelingen bij de panden, waaronder die van Justitie en Politie aan de Henck Arronstraat nr.1 en Grote Combéweg nr.3, waar de komende weken verdere voortgang verwacht wordt.
Een belangrijk onderdeel van het project is de restauratie van het monumentale Torengebouw aan het Onafhankelijkheidsplein, beter bekend als het voormalige ministerie van Financiën. PURP maakte onlangs bekend, dat in 2026 gestart zal worden met de restauratie van dit pand. Het Torengebouw zal deel uitmaken van PURP- 2 fase 1, waarmee het een belangrijke rol krijgt in het verder versterken van het historische karakter van het stadscentrum.
Een ander aandachtspunt is het parkeerbeleid in het historische centrum. “We willen via PURP stimuleren, dat er minder op en langs de weg wordt geparkeerd in de binnenstad”, legt Deul uit. “Daarom zoeken we naar plekken net buiten het centrum, waar bezoekers en bewoners hun auto kunnen parkeren.” Volgens Deul zijn er voldoende open plekken die benut kunnen worden voor parkeergelegenheid. “Wij faciliteren de mogelijkheden, maar het eindbesluit ligt bij de overheid en de mogelijkheden voor publiek-private samenwerkingen is daar geschikt voor.”
Deul benadrukt dat het jaarlijkse onderhoud van historische panden veel geld kost. “Het is de bedoeling dat op termijn de huurinkomsten uit de panden bijdragen aan het onderhoud. Momenteel is dat nog niet het geval, omdat de verhuur van delen van een gebouw, net van start is gegaan. Twee andere volgen laten in het jaar.’’
– door Gladys Findlay –


