De vriend en medeverdachte Clifton ‘ Keppie’ Jongaman in de strafzaak waarin Bordo wordt gezien als hoofdverdachte bij het begraven van een vliegtuig dat bedoelt was voor drugstransport, heeft afgelopen maandag in de rechtszaal verklaard niet op de hoogte te zijn geweest van de activiteiten van Bordo. Volgens Jongaman werd hij door de laatstgenoemde uitgenodigd om zijn nieuw project te bezichtigen. Bordo zou hem namelijk hebben voorgehouden, dat hij zou starten met landbouw. Volgens Keppie zou hij zelfs uit het buitenland zijn teruggekeerd om zijn onschuld te tonen. Volgens Keppie zag hij op weg naar de bewuste plek dat een graafmachine op een dieplader vandaar werd afgevoerd. Daarachter reed een personenauto. Keppie vermoedt dat het toestel toen al zou zijn begraven en wel voor hij daar aankwam.
Een andere verdachte in de zaak Albert G. zei in opdracht van Bordo te hebben gehandeld . Hij zei toen dat hij in opdracht van Bordo voeding moest leveren aan arbeiders. Bordo had tegen hem gezegd dat de arbeiders een stuk bos open moesten stoten zodat hij daar aan landbouw zou kunnen doen. Na dertien voedselleveringen kwam hij op de bewuste dag daar om zijn geld te ontvangen. Ter plekke aangekomen zag hij een vliegtuig maar kreeg hij zijn geld niet. Hij mocht de plek niet verlaten en moest zwijgen over alles wat hij had gezien. De volgende dag ontving hij 2300 Euro. Albert G. zag dat er pakketten uit het vliegtuig werden gehaald, en kon op vragen van de aanklager niet zeggen, wat in die pakketten zat. Hij zegt dat hij niet dicht bij het toestel is gekomen. Er zouden twee blanke mannen uit het vliegtuig zijn gestapt.
In deze zaak is ook de verdwijning van de graafmachine operator, die vermoedelijk is vermoord, nog niet opgelost. In het verlengde hiervan moeten de gebroeders Prachand ‘Moena’ P. en Ramesh ‘Rampi’ P., zich onder andere verantwoorden voor het verbergen, vernielen of wegmaken van voorwerpen waarmee strafbare feiten zijn gepleegd.


