TIGRI-KWESTIE EERST OPLOSSEN, DAN PAS CORANTIJNBRUG

De minister van Openbare Werken, Riad Nurmohamed, heeft onlangs verteld dat in 2023, er een officieel besluit zal worden genomen over de brug over de Corantijn-rivier. Volgens de bewindsman is de consultant die is aangetrokken, druk bezig met het afronden van de verschillende studies, waarna er volgens Nurmohamed, in het eerste kwartaal van 2023, kan worden gerapporteerd aan zowel Suriname als Guyana. De minister zei dat het merendeels gaat om juridische en financiële aspecten. Volgens Nurmohamed moet de brug er staan, alvorens men de eerste aardolie uit Surinaamse bodem haalt. De bouw van de brug is dus volgens de minister, van groot belang voor de olie- en gasindustrie.

Ook de Guyanese president Irfaan Ali heeft onlangs bekendgemaakt, dat het financiële voorstel voor de nieuwe brug over de rivier de Corantijn, die Guyana verbindt met Suriname, eind januari klaar zal zijn, waarmee de weg wordt vrijgemaakt voor het aanbestedingsproces en vervolgens de bouwfase. Ali maakte vorige week ook bekend, dat Guyana hoopt dat het aanbestedingsproces medio 2023 af wordt gerond, zodat de werkzaamheden aan de brug kunnen beginnen. De Guyanese president was zo trots op deze toekomstplannen dat hij stelde, dat zij eind januari het volledige document voor het financiële voorstel voor de nieuwe Guyana/Suriname-brug over de Corantijnrivier, klaar zullen hebben. Het brugproject is een samenwerking tussen de regeringen van Guyana en Suriname, die al hebben besloten tot een Design, Build, Finance, Operate and Maintain (DBFOM)-model voor het transformationele project dat zal worden gebouwd via een Public Private Partnership (PPS) regeling. Keerpunt had de indruk dat de Surinaamse regering het project voor meer dan 90 procent op zich zou nemen, maar als wij nu de speech van Ali volgen, krijgen wij allicht het gevoel dat er andere afspraken zijn gemaakt, waarvan wij niet op de hoogte zijn.

Minister Albert Ramdin van Buitenlandse Zaken, International Business en Internationale Samenwerking vertelde vorig jaar, dat de gesprekken ten aanzien van de brug over de Corantijnrivier worden gevoerd en dat het een politiek verhaal is ten aanzien van het financieringsinstrument. Dit zou volgens hem wel nog onderling besproken worden, zodat de afspraken vast staan van wie betaalt hoeveel en welk percentage. “Er zullen hier wat politieke vragen aan gekoppeld worden in de zin van, tot waar loopt de brug als te zijn van Surinames deel en het deel van Guyana”, aldus Ramdin.

De minister gaf aan, dat hij er zelf geen voorstander van is om de bouwkosten te delen met Guyana. Hij deed zelfs de uitspraak, dat hij het liefst ziet dat Suriname zelf de brug bouwt tot aan waar de grens ligt. “Anders kunnen er andere kwesties ontstaan. Maar dat wil wel zeggen, dat Suriname voor 90 procent voor de financiering zal moeten zorgen. Het is daarom nu goed om vast te stellen, dat de brug tot de linkeroever van de Corantijnrivier loopt bij de laagwaterstand, tot daar is van ons, en dat zullen wij dan financieren.

De rest kan Guyana betalen en dat is maar een klein deel”, stelde Ramdin. Dit was allemaal nog niet officieel overeengekomen, maar dit moet allemaal wel worden besproken want er moet geen situatie ontstaat, waarbij de Guyanezen denken, dat als zij de helft van de brug betalen, dat het gebied ook van Guyana is. Dit kan voor problemen zorgen qua interpretatie en ook dat de Guyanezen vervolgens beheersdaden gaan uitvoeren op de brug en op onze rivier de Corantijn.

Keerpunt is van mening dat alle zaken voor de bouw van de burg, duidelijk moeten worden vastgelegd, zodat men weet dat de linkeroever bij laagwaterstand tot daar bij de brug, ons grondgebied is. Tot die tijd zijn wij nog steeds van mening, dat kwestie omtrent het Tigri-gebied eerst goed besproken en in ons voodeel afgerond moet worden, alvorens de brug wordt gebouwd. Keerpunt vindt het niet kunnen dat de Tigri-kwestie boven ons hoofd blijft hangen en de regering doet alsof die zichzelf zal oplossen. Eerst Tigri, dan een brug en niet omgekeerd!

INSCHRIJVINGEN

In mei 2022 werd in Suriname een contract van USD 2 miljoen getekend voor verschillende voorbereidende studies en onderzoeken die door WSP Caribbean zullen worden uitgevoerd op de Corantijnbrug. Gelijktijdig werden ook de Expressions of Interest (EoI’s) gelanceerd.

Al zes internationale bedrijven – vijf Chinese bedrijven en één Nederlands bedrijf uit Nederland – hebben biedingen ingediend voor de bouw van de Corantijn River Bridge. De biedingen werden in augustus geopend bij de National Procurement and Tender Administration Board (NPTAB) in Georgetown. Onder de bieders zijn: China Harbor Engineering Company (CHEC); Staatsbedrijf China Road and Bridge Cooperation (CRBC); China Gezhouba Group Company Limited in samenwerking met CEIG; China Overseas Engineering Group Co Ltd (COVEC) in samenwerking met China Railway Eryuan Engineering Group Co Ltd (CREEC) en China Railway First Group Co Ltd (CRFG); en China Railway Construction Caribbean Company Limited & China Railway Construction. Ondertussen was Ballast Nedam, het bouwbedrijf gevestigd in Nederland en bij ons zeer bekend en niet in gunstige zin, het enige niet-Chinese bedrijf dat een bod uitbracht op het project. Bij de ondertekening van het contract in mei, zei de Guyanese minister van Openbare Werken, Juan Edghill, dat deze brug meer was dan alleen een infrastructuurproject, ‘’maar een fysieke en sociale verbinding tussen de twee landen die verschillende economische sectoren doorkruist’’.

More
articles