NRA-RAPPORT IN PRULLENBAK?

Een delegatie van ruim zeventien personen, waaronder minister Albert Ramdin van Buitenlandse Zaken, International Business en Internationale Samenwerking (BIBIS)  en minister Kenneth Amoksi van Justitie en Politie (JusPol), is onlangs afgereisd voor de 55e CFATF Plenaire Vergadering van de Caribbean Financial Action Task Force (CFATF) die van 27 november t/m 1 december gehouden werd op de Cayman Islands. De delegatie bestond verder uit leden van de Project Implementatie Unit Anti-Money Laundering, leden van de Nationale Anti-Money Laundering Commissie (NAMLAC) en vertegenwoordigers van de Centrale Bank van Suriname (CBvS). “Tijdens deze vergadering is het Mutual Evaluation Report (MER) van Suriname besproken en aangenomen. De beoordeling van het rapport is geschied op basis van ratings, welke zijn toegekend voor wat genoemd wordt Technical Compliance (de vastlegging van de standaarden in wet- en regelgeving) en Effectiveness (het effectief toepassen van de wet- en regelgeving).” Keerpunt heeft wel vernomen dat hoewel de delegatie bestond uit ruim zeventien personen, het overgrote deel niet wist hoe zij de punten op een degelijke manier moesten verdedigen. De delegatie probeerde met behulp van externen, antwoorden te geven op de vragen die er werden gesteld door de CFAFT. Toen wij dit hoorden, konden wij ons niet voorstellen, dat zeventien man zijn afgereisd, en toch geen antwoord op bepaalde vragen kon geven. Dit kwam heel amateuristisch over. Er werden naar verluidt, vragen gesteld die betrekking hadden op het NRA-rapport over de handelaren in edelmetalen/edelstenen die ze bij kleine goudzoekers opkopen. Dit vraagstuk met betrekking tot de illegale goudsector, is al jaren een manier om illegaliteit te stimuleren. Jennifer van Dijk-Silos, destijds voorzitter van het Project Management Team (PMT) van het National Risk Assessment (NRA), had naar wij vernemen, in maart 2021 voorgesteld bij de overhandiging van het rapport aan governor Maurice Roemer, dat de Centrale Bank van Suriname, die nu zijdelings goud opkoopt, de verplichte autoriteit wordt voor goudopkoop, zodat de regering greep kan hebben op bepaalde zaken.

Suriname had in maart 2021 het NRA-rapport af, dat aangeeft in welke mate ons land voldoende equipt is om het witwassen van geld, terrorismefinanciering en corruptie, tegen te gaan. Helaas heeft de regering het rapport langer dan een half jaar achter gehouden, ondanks er een publieke versie aan gekoppeld was.

Tijdens de 55ste plenaire meeting van de CFATF, werd bij de bespreking van het Mutual Evaluation Rapport (MER), duidelijk gesteld dat er ten aanzien van terrorismefinanciering, nog enige onduidelijkheden zijn. Na afloop van deze meeting is toen besloten Suriname op basis van de bevindingen in het rapport, te plaatsen in de Enhanced Follow-Up Procedure van de Financial Action Task Force – International Cooperation Review Group (FATF-ICRG). Dit wil zeggen dat Suriname onder toezicht van dit orgaan zijn wetgeving dient te versterken, zodat voldaan kan worden aan de universele standaarden. Keerpunt heeft vernomen dat een reeks van de aanbevelingen die zijn aangehaald voor Suriname, terug te vinden is in het NRA-rapport. Wij vragen ons af, waarom de aanbevelingen uit dat rapport niet zijn uitgevoerd. Keerpunt is van mening, dat indien er tenminste een deel van de aanbevelingen uit het NRA-rapport waren meegenomen, hadden we als land tenminste stappen kunnen ondernemen om de implementatie van dit proces te vergemakkelijken.

Helaas zijn de aanbevelingen uit het NRA- document niet serieus doorgevoerd en dan krijgen we nu een tik op de vingers van de CFATF. Het is wel jammer en zonde dat het PMT zoveel werk heeft verzet om alle sectoren te controleren. Het lijkt wel alsof het NRA-rapport in een lade of de prullenbak is verdwenen, want Suriname zou nu al stappen hebben gemaakt als het had gewerkt met wat de zwaktes/valkuilen waren, die er initieel werden vastgelegd. Na de evaluatiemeeting van afgelopen maand, zei president Chan Santokhi wel, dat er een strakke monitoring zal plaatsvinden, welke in de komende periode zal geschieden om zaken op orde te hebben. Hij voegde eraan toe, dat Suriname gerustgesteld mag zijn, dat het niet in de gevarenzone is gebracht, maar het land zal wel de uitdaging aangaan dat het hierbij blijft. “Dit vooral vanwege het feit dat de review niet meer onder toezicht van de CFATF plaatsvindt, maar door de wereld overkoepelende organisatie FATF”, aldus Santokhi. Wij begrijpen niet waarom de president denkt, dat er een verschil is tussen CFATF en FATF, want ze werken tenslotte met dezelfde richtlijnen die niet van elkaar afwijken. Het is hoog tijd dat Santokhi toegeeft dat zijn regering het gebeuren met betrekking tot de NRA, niet optimaal heeft opgepakt en naar aanleiding van de aanbevelingen, steken heeft laten vallen, waardoor wij nu onder een vergrootglas zijn geplaatst. Het jaar 2022 is nu voorbij en wij hopen dat ons land in de komende maanden de nodige stappen zal ondernemen, zodat wij niet ge-blacklist worden door de CFAFT en daardoor internationaal problemen op het financiële vlak zullen on-dervinden.

More
articles