Dankoor geeft nalatigheid Bureau Rechten van het Kind toe

Raoul Dankoor, coördinator van het Bureau Rechten van het Kind en voorzitter van de Raad van Toezicht en Advies bij de residentiële en Algemene Kinderopvangstellingen, heeft gisteren toegegeven dat het bureau nalatig geweest is om stappen te ondernemen in de kwestie Stichting Nos Kasita.
Gisteren werd er een spoedconferentie belegd in de vergaderzaal van het ministerie van Sociale Zaken waarbij de coördinator aangegeven heeft hoeveel voeding het kindertehuis krijgt van de Dienst Kindervoeding voor de pupillen. Hij gaf aan dat er sprake is van financiële malversatie , mismanagement en dat er vanuit het ministerie ingrijpende maatregelen getroffen zullen worden en dat er een nieuwe leiding zal komen bij het tehuis. Dankoor zei verder dat wet- en regelgeving zoek is en dat de Raad van Toezicht na toetsing heeft vernomen dat Nos Kosita niet voldoet aan de eisen. Aangezien het belang van de kinderen voorop gesteld moet worden, zullen er stappen worden ondernomen. Ruim twee jaar is de Raad reeds bezig met de stichting. Ten aanzien van de Donatierekening, opgezet door het Nationaal Coördinatie Centrum voor Rampenbeheersing (NCCR), nadat het vorig verblijf vorig jaar was afgebrand, gaf Dankoor aan dat de stichting niet zomaar aan deze gelden kan komen. Het gaat om een bedrag van SRD 126.366, 48, US$ 2350 en euro 550. Dankoor merkt verder op dat de gelden niet op de rekening van het ministerie zijn. Hij benadrukte expliciet dat de gelden pas vrijgemaakt kunnen worden wanner er sprake is van projectmatig en duurzaam gebruik. De gelden zijn er niet om salarissen van personeelsleden te betalen. Daarvoor krijg de stichting gelden van de overheid.
Dankoor betreurt zich ook de ravage dat de kinderen aangericht hebben tijdens de periode dat ze ondergebracht waren in Naks Hogeschool te Lelydorp. Voor deze aangerichte ravage moet de Staat SRD 87.000 betalen.
De stichting had ook aangegeven dat er geen voeding is voor de kinderen, terwijl op 29 mei de stichting 25 (kg) kip en vis gekregen had, 12 blikken bruinen bonen, 10 kg gele pesi, 45 kg rijst, 10 pakken vermicelli en aardappelen heeft ontvangen om de pupillen te voorzien van voeding. Er wordt om de twee weken voeding geleverd. De coördinator kan zich daarom niet voorstellen dat de voeding niet genoeg was, waardoor de leiding zich genoodzaakt zag om naar derden te stappen waarna er een inzamelactie was gestart en er levensmiddelen gedoneerd werden aan de stichting. Hij vroeg zich af waarvoor de Dienst Kindervoeding er is, de Dienst levert aan ongeveer 60 opvanginstellingen. Hij gaf verder aan dat met de aanvang van de Wet Sociale Instellingen de overheid de taak op zich heeft genomen om voor het welzijn van de kinderen in de opvanginstellingen te zorgen.

door Melissa Achthoven

More
articles