June 2, 2019


MINDER RISICO BANKEN MET BUITENLANDSE REKENING


June 2, 2019

De bijzondere recente ontwikkeling is dat de Centrale Bank van Suriname (CBvS) (waarschijnlijk op aandringen van de overheid) de vreemde valuta die nu op buitenlandse bankrekeningen staat, wil laten overbrengen naar de moederbank. Dat heeft echter geen enkele positieve invloed op de werking van de kasreserveregeling als monetair instrument. De overheid kan nog zulke lange verhalen schrijven over kasreserveregeling, met heel veel dure woorden en begrippen om eenvoudige mensen te misleiden en te doen of men er verstand van heeft, het effect is niet anders. De kasreserveregeling functioneert al en wordt niet beter, door het geld bij de CBvS uit te zetten. De banken lopen daarmee juist een enorm risico, omdat de CBvS waarschijnlijk technisch failliet is en het geld straks misschien niet kan terugbetalen. Zeker niet wanneer er weer monetair gefinancierd gaat worden om de enorme begrotings- en financieringstekorten van de Surinaamse overheid, te dichten. Het ministerie van Financiën heeft gisteren een persbericht gelanceerd via het NII met de kop “Het algemeen belang van kasreserves”. Het persbericht werd ondertekend door het ministerie van Financiën, terwijl het toch echt om een regeling gaat van de Centrale Bank. Hieruit blijkt maar weer dat de CBvS niet onafhankelijk opereert maar aan de leiband van de minister van Financiën loopt. In de tekst van het persbericht van Financiën wordt een redelijke uitleg gegeven van het doel van een kasreserve, hoewel er ook onnodig met jargon wordt gestrooid (monetair beleid, kredietplafonnering, discontopolitiek, openmarktpolitiek, valuta-interventie, openmarktpolitiek, liberalisering, hervorming, internationalisering, integratie) om het verhaal gewichtiger te doen klinken, maar wat niet ter zake doet. Zo geef je als overheid geen duidelijke voorlichting aan het volk. De betekenis hiervan voor de gewijzigde kasreserveregeling, waarbij vreemde valuta bij de CBvS moeten worden aangehouden, is nihil. Vervolgens wordt er enige geschiedenisles gegeven over de regeling, maar dit is ook niet relevant voor de recente ontwikkelingen. Het eerste deel van de vierde paragraaf herhaalt in feite de eerste paragraaf, omdat hierin weer het doel van de kasreserveregeling wordt beschreven. Ook dit stuk, dat niet onjuist is, verklaart niet waarom de vreemde valuta plots bij de CBvS zouden moeten worden geplaatst. In de laatste alinea lijken argumenten te worden genoemd voor de aanpassing van de regeling, maar deze zijn niet valide. Keerpunt kan niet beoordelen of er daadwerkelijk gesprekken hebben plaatsgevonden met deze instanties (IMF, CEMLA, adviesteam uit België) maar het lijkt uitermate onwaarschijnlijk dat zij met deze adviezen zijn gekomen. Het IMF heeft in haar Article IV-report op geen enkele wijze om een dergelijke aanpassing gevraagd. De verwijzing naar IFRS als nieuwe standaard voor verslaggeving in de jaarrekening, als argument om de kasreserveregeling te wijzigen is volstrekte nonsens. Er is geen andere manier om dit anders te betitelen. Verslaggeving is natuurlijk niet van invloed op de monetaire werking van de kasreserveregeling. De invloed op de solvabiliteit van de banken door het overhevelen van de tegoeden naar de CBvS is minimaal en verwaarloosbaar. Sterker nog, de banken lopen veel minder risico door hun geld uit te zetten bij grote buitenlandse banken dan bij de CBvS, die waarschijnlijk technisch failliet is.