Welk spel speelt minister Dikan?

In slechts twee weken tijd is Edgar Dikan, minister van Regionale Ontwikkeling (RO), erin geslaagd het binnenland en grote delen van de stad tegen zich in het harnas te jagen.  Zowel inheemsen als Marrons protesteerden tegen oplossingen die hij, in naam van de regering en zijn ministerie, voorstelt.

De meeste tegenwind kreeg alvast de Wet Beschermde Dorpsgebieden.  Logisch, omdat we allen weten dat in de inheemse leefwijze een straal van 5 km rond een dorp, zo goed als niets voorstelt. De reactie van verschillende inheemse organisaties, waaronder ook de VIDS, bleef dus niet uit.

Onder de regering Wijdenbosch werd dit voorstel al door de Marrons afgekeurd. Andere modellen werden toen in samenspraak opgesteld. Daarbij werd de voorwaarde gesteld om een substantieel percentage van inkomsten voortkomende uit activiteiten en projecten door de regering op het gebied van in stamverband levenden, voor de ontwikkeling van het gebied in te zetten.  Dit is helaas nooit gebeurd en in 2009 volgde een eerste veroordeling van de Surinaamse overheid door de OAS, het zogenaamde Saramacca arrest. Dit werd in 2015 gevolgd door het Kalina en Lokono arrest, een tweede veroordeling.

De nieuwe Wet Beschermde Dorpsgebieden wordt evenwel, net voor de kerst, in alle haast aangenomen.  Terwijl op dit moment de situatie in Maho explosief is, waarbij een ondernemer niet schroomt om zelfs de openbare weg te vernielen en de inheemse bewoners te bedreigen met wapens, rijst de vraag waarom je precies dan deze wet gaat doordrukken.  Binnenlandbewoners zijn alvast niet gekend bij het ontwerp daarvan.

Als bisschop Karel Choennie tijdens de kerstviering in Powakka dit feit naar voren brengt, en aan de regering vraagt, hieraan aandacht te schenken en evenzeer suggereert om een deel van de winst in een ontwikkelingsfonds te plaatsen, reageert minister Dikan in eerste instantie wel zeer vreemd.  Niet alleen noemt hij de bisschop iemand die bewust of onbewust onwaarheden verkondigt maar ook een populist.

Gelukkig ontkrachten de daaropvolgende mededelingen van de VIDS en het Saamaka gezag deze beschuldigingen. Zij werden alvast niet gekend. De bisschop heeft zich correct en geloofsgetrouw aan zijn taak gekweten, conform de encycliek Laudato Si van paus Franciscus, die zich opstelt als een beschermer van ons aller huis, de aarde, en zijn bewoners, vooral de verdrukten. Daarmee is Karel Choennie een levend voorbeeld van integer en oprecht leiderschap in de Surinaamse samenleving en treedt hij in de voetsporen van geloofsgenoten als Desmond Tutu. Zonder meer moedig.

Maar welk spel speelt minister Dikan?  Waarom gebruikt hij deze schofferende toon, voor iemand die opkomt voor de rechten van hen die al eeuwen worden verdrukt? Iemand die zich voor ons aller huis inzet. Iemand die de heiligheid van de aarde predikt en met zijn uitspraken over gebrek aan transparantie en corruptie, de vinger op de zere plek legt.  Weet Dikan wel wat populisme betekent? En wie liegt hier over de feiten? Volgens inheemsen en Marrons alvast niet de bisschop.  Als minister van RO is het trouwens toch juist zijn taak, op te komen voor de belangen van de binnenlandbewoners. Wat is zijn werkelijke agenda hier?

Veel tegenwind kreeg de minister trouwens ook van het Saamaka gezag die een open brief aan de president richtte vanwege zijn uitspraken in DNA. Op eenzelfde onrespectvolle wijze, plaatste de minister zich meteen op de stoel van de voorouders van de Saamaka, en later op die van de Gaama. Het traditionele gezag reageerde prompt, dat het zich zwaar beledigd voelde en dat dit onacceptabel was. Het voegde erbij dat de minister in DNA onwaarheden verkondigde. Als Marron zou de minister dit moeten hebben geweten.  Waarom onderneemt hij dan deze provocerende acties?

Zou het niet beter zijn indien de minister het voorbeeld van de bisschop zou volgen en zou overgaan tot een dialoog?  Een dialoog met als doel, de ondersteuning van de achtergestelde groepen uit onze samenleving en de ware ontwikkeling van het binnenland in overeenstemming met hen die daar al eeuwen wonen.

Dikan denkt er duidelijk anders over. Zeer ondiplomatisch kan hij het zich blijkbaar veroorloven om een grote mond op te zetten tegen de bisschop. Als jurist bedient hij zich van het argumentum ad hominem, blijkbaar om de ware toedracht van zijn acties te verdoezelen. Hij drukt ook oplossingsmodellen en wetten door de strot van elke binnenlandbewoner. Indien dit met medeweten van de regering is, komen haar bedoelingen in een ander daglicht te staan. Ons binnenland met zijn natuurlijke rijkdommen, ons aller bos, dreigt te worden geplunderd. De wet zal dat toelaten, ook al moeten we die snel stemmen. Herinneringen aan een koloniaal verleden worden hiermee weer levendig.  Ook toen liet de wet toe dat mensen werden ontvoerd, misbruikt en uitgebuit en dat hun gebieden werden geplunderd.  Ook toen al werden die wetten gemaakt, zoals de bisschop terecht stelde, door mannen en vrouwen in dure pakken.

Misschien moet er eens duidelijke uitleg komen over wie de “wij” zijn in de steeds herhaalde boodschap van de regering: “Wij moeten het samen doen”, want minister Dikan zet inheemsen en Marrons letterlijk buitenspel. Die horen er alvast niet bij.

Curtis Hofwijks