ONTBREKENDE ZEKERHEID

De afgelopen week werd gelukkig nog voor het einde van het jaar, een nieuwe minister van Financiën en Planning, in de persoon van de zeer gewaardeerde en gerespecteerde persoon van drs. Stanley Raghoebarsing,  door president Santokhi benoemd. Raghoebarsing, die geen onbekende is binnen het Surinaamse politieke veld en het klappen van de zweep op Financiën en Planning goed kent, neemt het zware en moeilijke werk over van minister Armand Achaibersing, die om persoonlijke redenen enkele maanden geleden zijn portefeuille ter beschikking stelde van de president. Raghoebarsing zal verder moeten trachten, Suriname uit de economische crisis te leiden. Ook Raghoebarsing heeft erop gewezen, dat we beter met ons geld moeten gaan omspringen en dat geldt natuurlijk in het bijzonder voor de overheid. Gelukkig heeft hij daar nu veel meer zeggenschap over en zal in nauw overleg met de Centrale Bank van Suriname, een goede job doen.  Maar ook Raghoebarsing beseft, dat Suriname veel meer zal moeten gaan presteren en produceren om uit deze economische ellende te geraken. Er zal veel meer geproduceerd moeten worden om via export, op een legale wijze aan meer vreemde valuta te komen. Er zullen veel meer investeringen moeten komen en Suriname zal daarvoor interessanter gemaakt moeten worden voor buitenlandse investeerders. Velen praten al jaren over het verhogen van de productie in het land om zo veel meer te kunnen verdienen. Met het vertrek van Suralco en Billiton heeft Suriname aan valuta-inkomsten een behoorlijk deuk opgelopen en daar zal verandering in moeten worden gebracht. Gemakkelijker gezegd dan gedaan, want je moet op de wereldkaart wel een aantal positieve kanttekeningen kunnen presenteren, alvorens een externe investeerder geïnteresseerd geraakt. En daar gaat het nu hoofdzakelijk om. Suriname heeft internationaal niet bepaald een gezond track record en zit met zeer slechte ratings bij Standard & Poors, Fitch en Moody’s. En als je slecht bij deze bureaus staat qua je kredietwaardigheid, dan wordt het al een stuk moeilijker investeerders aan te trekken. Voorts heeft Suriname een berg aan buitenlandse schulden en kijkt tegen de zo gevreesde default beoordeling aan. Allemaal negatieve registraties die de regeringen Bouterse dit land tussen 2010 en 2020, bezorgd hebben. Miljarden schulden in SRD aan lokale personen en instanties van de overheid en zeker 1 miljard in vreemde valuta aan buitenlandse schuldeisers. Ga daar maar tegenaan staan en een oplossing voor bedenken, zonder een noemenswaardige en verhoogde productie. Maar we hebben toch grote voorraden aardolie en aangetoond voor de onze kust die we zouden kunnen exploiteren? Allemaal mooi en waar, maar daar moeten de externe maatschappijen en investeerders eerst warm voor lopen en zoals de zaken er momenteel voor staan, denken die pas in 2027 tot oppompen van de grote en vastgestelde voorraden aan aardolie en aardgas over te gaan. Maar waarom niet eerder?? Een vraag waar tot nog toe niet bepaald concreet antwoord op gegeven is door bijvoorbeeld de maatschappijen Total en Apache, die de meeste voorkomens door middel van boringen hebben vastgesteld. Volgens Keerpunt is het niet zo moeilijk te bevroeden, waarom men niet sneller tewerk wenst te gaan, zoals Exxon dat wel doet in ons buurland Guyana. Suriname heeft momenteel niet bepaald een stabiel politiek klimaat, het ontbreekt aan een stabiele valuta wisselkoersregiem, wordt geplaagd door een zeer hinderlijke bureaucratie (‘red tape’) bij de verstrekking van vergunningen en incentives aan potentiële investeerders en heeft daarenboven te maken met een reusachtig nationaal veiligheidsvraagstuk, waarbij criminelen de zaak onveilig maken en de autoriteiten niet in staat zijn ze terug te dringen. Allemaal zaken waar een potentiële buitenlandse investeerder met grote nadruk naar kijkt, alvorens besluit hierheen te komen voor overleg en misschien daarna een investering. Kortom, we staan er niet bepaald gunstig voor en juist daarom kijkt vooral de buitenlander eerst naar alternatieven waar een gunstiger investeringsklimaat heerst, de arbeidsomstandigheden en werkverhoudingen goed zijn en de kosten en opbrengsten hem goed uitkomen. Wanneer een maatschappij als Iamgold, ineens beslist om voor een habbekrats een goudmijn  van de hand te doen aan een Chinees bedrijf, dan is dat ook niet bepaald een goed teken voor speciaal een westerse onderneming om in onze richting te kijken.  We kunnen dan wel voortdurend praten over productieverhoging en het aantrekken van buitenlandse investeerders en kapitaal, maar moeten dan wel voldoen aan bepaalde randvoorwaarden om aantrekkelijk over te komen en dat is tot nog toe, bepaald niet het geval. Als er regelmatig berichten in de media en op het internet verschijnen dat mobiele bendes hier opereren en slachtoffers maken, dan gaat men zeker niet hierheen komen. Dus aan het veiligheidsvraagstuk moet heel hard gewerkt worden, willen we ooit weer grote investeerders warm laten lopen voor Suriname. Ook Apache en Total kijken de kat uit de boom en willen naar wij vermoeden, meer zekerheid om het oliehuwelijk met Suriname meer gestalte te verlenen. De Surinaamse autoriteiten dienen hier heel goed rekening mee te houden. Ons imago dient grote positieve ontwikkelingen te ondergaan, alleen dan zullen de investeringen daadwerkelijk en goed op gang komen.

More
articles