Over bepaalde zaken kunnen er geen grappen gemaakt worden. Water is daar één van. Ieder gezin heeft het dagelijks nodig om te koken, te drinken, schoon te maken en te baden. In Commewijne is een situatie ontstaan, waarbij de toegang tot schoon drinkwater vanwege de hoge kosten, voor sommige huishoudens onbetaalbaar schijnt te worden.
NDP-fractieleider Rabin Parmessar heeft enkele dagen geleden in De Nationale Assemblée aandacht gevraagd voor de hoge kosten voor het bemachtigen van water waarmee bewoners volgens hem, worden geconfronteerd. In een recent genoemd geval zouden de kosten kunnen oplopen tot bijna een kwart miljoen Surinaamse dollar. Daarbij zou het niet alleen gaan om de aansluiting op de woning, maar ook om de aanleg van de hoofdleiding. Als deze bedragen inderdaad op die manier aan bewoners worden doorberekend, moet de overheid uitleggen, hoe deze kosten zijn opgebouwd en waarom burgers daarvoor moeten opdraaien. Een waterleiding die een hele omgeving van drinkwater moet voorzien, is immers niet uitsluitend van belang voor één huishouden.
Natuurlijk kost de aanleg van bepaalde infrastructuur geld. Maar dat betekent niet dat iedere rekening zonder meer bij individuele bewoners kan worden neergelegd. Juist bij basisvoorzieningen moet worden gekeken naar betaalbaarheid, publieke verantwoordelijkheid en een eerlijke verdeling van de kosten. De situatie maakt bovendien duidelijk, dat toegang tot voorzieningen niet alleen een kwestie is van beschikbaarheid. Een leiding kan technisch binnen bereik zijn, maar als een gezin de aansluitkosten niet kan betalen, blijft schoon drinkwater buiten bereik.
De regering moet niet volstaan met het onderzoeken van één rekening. Er moet duidelijkheid komen over het beleid voor wateraansluitingen, de verantwoordelijkheden van de betrokken instanties en de mogelijkheden om de kosten voor huishoudens, beheersbaar te houden. Ook moet worden onderzocht of gespreide betaling of een andere vorm van ondersteuning mogelijk is. Het is belangrijk dat de discussie niet verzandt in politieke verwijten. Bewoners hebben weinig aan een debat waarin partijen elkaar de verantwoordelijkheid toeschuiven, terwijl zij zelf met de rekening blijven zitten.
Als er gewerkt wordt aan ontwikkeling, moet men ook nadenken over de toegankelijkheid tot basisvoorzieningen. Niet iedereen beschikt over hetzelfde inkomen en niet iedere gemeenschap kan dezelfde kosten dragen. Schoon drinkwater mag niet alleen bereikbaar zijn voor mensen die het kunnen betalen. Een eerste levensbehoefte verliest haar betekenis, wanneer de prijs ervan gezinnen buitensluit.

