Armand Achaibersing, de populairste beleidsman uit de periode Santokhi, is bereid leiding te geven aan de grootste oppositiepartij. Hij is ook de eerste niet-zittende leider van een grote politieke partij in de recente geschiedenis die eerlijk zijn ambitie kenbaar maakt, zodat partijleden weten, waar zij aan toe zijn. Presumptieve kandidaten hebben om de hete brij heen gedraaid en zich in wollige taal uitgelaten in de periode sinds het overlijden van oud-voorzitter Santokhi, die stierf in het harnas. Maar na weken van voorwerk, ontmoetingen met partijstructuren en actieve deelname aan de evaluatie van waar de partij en het land Suriname naartoe moeten, is Achaibersing de vraag niet uit de weg gegaan en heeft hij zijn kandidatuur transparant kenbaar gemaakt. Hij laat daarmee twee verhulde kandidaten achter zich, namelijk de waarnemend voorzitter Oehlers, wiens publieke imago zich tot nu toe lijkt te beperken tot de partij intern en die in ruim een jaar aan partijleiderschap, geen harde kritiek of alternatieve visie op het regeerbeleid van de coalitie centraal gesteld heeft. Daarmee is de status als tussenpaus iedere dag meer aan het afglijden van status quo naar interim. Gajadien heeft partijleden en het bredere publiek opgezocht, heeft een sterk campagneteam met nationale en internationale ervaring en een stevige oorlogskas achter zich. Vanuit zijn positie als fractievoorzitter heeft hij bovendien niet alleen de aanval op de coalitie onvermoeibaar voortgezet vanaf de dag van zijn aantreden, maar heeft hij ook een mediaplatform ter beschikking en dagelijks contact met zestien andere partijkopstukken, onder wie diverse oudgedienden.
Achaibersing is geen schepsel van de ambtenarij of de partijpolitiek. Zijn twee jaar als schatkistbewaker, architect van de IMF-reddingsoperatie en gezicht van het herstel, waren een periode van technisch en datagedreven bestuur. In rechtstreekse, regelmatige live-gesprekken met elk facet van de samenleving, was hij direct en transparant. Hij bouwde de reputatie op dat ja, ‘ja’ betekent en nee ‘nee’. Dat maakte hem binnen het eigen kabinet niet altijd populair, omdat zeker Brunswijk en Ramdin, het woord ‘nee’ ontwend waren in hun samenwerking met president Santokhi. De aanvallen op zijn kandidatuur worden door andere kampen in de partij, reeds gevoed via sociale media. Zijn succesvol verleden in het bedrijfsleven wordt aangegrepen om de klinkende namen en transacties zonder nadere context in een negatief licht te presenteren en veelal tot de verbeelding van een electoraat, dat zich niet in de details verdiept, te spreken.
Geen van de drie kandidaten is populist. Geen van de drie kandidaten brengt het gewicht van een eigen zetel aan stemmen op tafel. Maar geen van de drie kandidaten heeft dat intern nodig. De partij snakt naar leiderschap en de kandidaten snakken naar een breed mandaat om de misstanden onder het huidige regeerbeleid te benoemen en een helder alternatief te presenteren.

