OM BEOORDEELT DODELIJKE VERKEERSONGEVALLEN VERSCHILLEND

Opnieuw werd Suriname opgeschrikt door een dodelijk verkeersongeval. In de vroege ochtend van donderdag 9 juli kwamen de 26-jarige motorrijder Shigeru Omzigtig en zijn duorijdster R.S. om het leven bij een botsing op de kruising van de Katjangstraat en de Ringweg Zuid.

Twee jonge levens werden in enkele seconden weggenomen. Twee families blijven achter met een onherstelbaar verlies. Volgens het voorlopige politieonderzoek zou de bestuurder van de personenauto, de 25-jarige R.V., geen voorrang hebben verleend toen hij vanuit de Katjangstraat de Ringweg Zuid wilde oprijden. De motorrijder zou volgens de politie, vermoedelijk met hoge snelheid hebben gereden. De exacte toedracht moet nog worden vastgesteld, maar de gevolgen zijn duidelijk: twee mensen zijn overleden.

De bestuurder van de personenauto is na verhoor door de Verkeersunit Paramaribo, na overleg met het Openbaar Ministerie, heengezonden.

Hoewel het onderzoek wordt voortgezet, roept deze beslissing vragen op in de samenleving. Wanneer twee mensen door een verkeersongeval om het leven komen, rijst de vraag of de reactie van justitie voldoende recht doet aan de ernst van de situatie. Moet iemand die mogelijk verantwoordelijk is voor het verlies van twee jonge levens, niet worden vastgehouden totdat het onderzoek volledig is afgerond?

Zeker wanneer de betrokken persoon geen permanente binding met Suriname heeft, kan het risico op vluchtgevaar een rol spelen.

Deze discussie wordt extra relevant wanneer een eerdere zaak naast deze recente aanrijding wordt gelegd. Bij het dodelijke verkeersongeval op de kruising van de Johannes Mungrastraat en de Veldhuizenlaan op 17 januari kwamen vier personen om het leven: de 8-jarige S.A., D.A. (41), A.H. (49) en L.D. (57). De bestuurder, Roger L., werd destijds ter plaatse aangehouden en na overleg met het Openbaar Ministerie, in verzekering gesteld. In die zaak speelde onder meer het argument van vluchtgevaar een rol. Het Openbaar Ministerie verzette zich tegen onmiddellijke invrijheidstelling en stelde dat de ernstige bezwaren nog steeds aanwezig waren. De rechter besloot vervolgens dat Roger L. in detentie bleef en benadrukte dat ook rekening moet worden gehouden met de gevoelens van nabestaanden en de maatschappelijke impact van een dergelijk ongeval.

Opvallend is dat in beide gevallen sprake was van bestuurders die geen vaste woonbasis in Suriname hebben en zich tijdelijk in het land bevonden. De vraag die hierdoor ontstaat, is waarom in de ene zaak het risico op vluchtgevaar zwaar meeweegt, terwijl in de andere zaak wordt besloten tot heenzending.

Het gaat hierbij niet om een oordeel over schuld of onschuld. Iedere verdachte heeft recht op een eerlijk proces en het vermoeden van onschuld blijft een fundamenteel beginsel van de rechtsstaat.

Maar gelijke gevallen moeten ook op een gelijke manier worden beoordeeld. De samenleving heeft recht op duidelijkheid over de criteria die het Openbaar Ministerie hanteert bij beslissingen over aanhouding, verzekering en invrijheidstelling.

Wanneer verkeersincidenten leiden tot meerdere dodelijke slachtoffers, gaat het niet alleen om een juridisch dossier.

Achter elke naam staat een familie, een vriendenkring en een toekomst die abrupt is beëindigd.

De manier waarop de autoriteiten hiermee omgaan, bepaalt mede het vertrouwen van de samenleving in justitie. Suriname heeft te maken met een groeiend verkeersveiligheidsprobleem.

Als de indruk ontstaat dat de consequenties van dodelijke verkeersongevallen afhankelijk zijn van omstandigheden of personen, wordt het gevoel van rechtvaardigheid aangetast.

Twee jonge mensen zijn er niet meer. Geen enkele juridische procedure kan hun leven terugbrengen. Maar de samenleving mag wel verwachten dat onderzoek grondig gebeurt en dat degene die uiteindelijk verantwoordelijk wordt gehouden, ook daadwerkelijk verantwoordelijkheid aflegt.

More
articles