President Simons wil een deel van de olie-inkomsten inzetten voor huisvesting en zorg, zodat expats Surinamers niet verdringen op de woningmarkt. Dat uitgangspunt is een politieke realiteit, want de komst van nieuwe welvaart mag niet betekenen dat de eigen bevolking wordt weggedrukt. Zeker niet met twee partijen die vanwege hun visie op sociale huisvesting regeermacht verkregen hebben. Toch zal geld alleen de structurele problemen niet oplossen. Zonder een doordacht stelsel blijft elke injectie een tijdelijke pleister op een diepe wond.
Bij zuivere marktwerking belandt ook de nieuwbouw via omwegen op de vrije markt. Daar stroomt een groot deel van het woningbestand al snel richting expats, die simpelweg meer kunnen bieden. Een afzonderlijk aanbod voor expats helpt alleen wanneer de rest van het stelsel daarop is afgestemd. Zonder dat evenwicht blijft de concurrentie oneerlijk en blijft de eigen middenklasse buiten spel.
Er ligt daarom een integrale aanpak voor de hand: een samenhangend stelsel van subjectsubsidie, gerichte doorstroom en uitstroom naar starterswoningen.
Tripartiet beleid tussen sociale bewoners, overheid en private sector moet dat dragen. Daarbij zijn partijen nodig die bereid zijn tot sociaal voelend ondernemerschap: bedrijven die niet uitsluitend naar rendement kijken, maar ook naar de maatschappelijke opbrengst van stabiele, gemengde wijken. Coöperaties en verenigingen bieden als rechtsvorm een stevige basis voor ideaal gedachtegoed in bouw en huisvesting.
Zij kunnen het idealisme verankeren in concrete projecten die niet meteen worden opgeslokt door de hoogste bieder.
Het appartementsrecht in het Burgerlijk Wetboek 2025 betekent een echte doorbraak voor hoogbouw en dus voor schaalvergroting op de beperkte grond die Suriname rond de kuststrook heeft. Combineer die juridische vernieuwing met grootschalige districtsontwikkeling. Het model dat in België, Nederland en West-Duitsland tussen 1960 en 1980 tot bloeiende dorpen en middelgrote steden leidde, laat zien dat dit kan. Betrek bij die planning vanaf het begin het openbaar vervoer, met name spoorwegen en binnenvaart, zodat nieuwe woongebieden niet alleen verrijzen, maar ook bereikbaar blijven.
De woningnood onder kwetsbare groepen, zoals verpleegkundigen en onderwijzers, voedt de braindrain. Wie hen aan het land bindt met fatsoenlijke huisvesting, versterkt tegelijk de zorg en het onderwijs waar de president zelf terecht aandacht voor vraagt. Hun huisvesting moet bijdragen aan decentrale en regionale ontwikkeling, zodat woonkernen buiten Paramaribo levensvatbaar worden en niet opnieuw leeglopen.
Voor het kapitaal ligt er bovendien een kans buiten de staatskas. Senioren in de diaspora en institutionele investeerders, zoals lokale pensioenfondsen, brengen niet alleen geld mee, maar ook kennis en voorspelbare inkomstenstromen. Zij passen uitstekend bij een investeringsfonds dat wettelijk vastlegt waarin mag worden geïnvesteerd, zodat het kapitaal dient waarvoor het bedoeld is: duurzame woningen voor Surinamers.
Kortom, olie-inkomsten zijn een middel, geen beleid, geen vervanging van beleid en geen begin van beleid. Pas een samenhangend stelsel van wetgeving, financiering en ruimtelijke planning maakt van dat geld duurzame, betaalbare woningen voor de eigen bevolking. Zonder die samenhang blijft de belofte van welvaart een loze kreet. Sterker nog, zonder die samenhang wordt de afstand die de president beoogt te verkleinen, vergroot.


